Protected: The times, they are a-changing…

This content is password protected. To view it please enter your password below:

Posted in Uncategorized

Op vakantie

Voor de vierde keer ging ik vorige week met Mona (mijn caravan) op vakantie. En voor de vierde keer ben ik vroegtijdig afgehaakt. (Andere keren ging ik ook tussendoor naar huis). Het was voor niemand (nou ja, mischien voor mezelf dan wel) een verrassing. Maar waarom heb ik dat toch steeds, dat ik terug naar huis ga? Is het heimwee? Ik geloof het niet. Maar wat dan?

Ten eerste heb ik iets ontdekt: ik ben die eerste dag, als ik de voortent of luifel op aan het zetten ben, de watertanks aan het vullen ben, de caravan opnieuw indeel, uitermate gelukkig. Ik ben echt ‘aan het spelen met mijn speelgoed’, zoals ik dat vroeger ook deed met mijn barbies. Ik word intens blij van het spelen met het gaspitje, het bakken van een eitje. Het uitstallen van mijn verzamelde jaren-70 kampeerspullen. En van het drinken van wijntjes en het eten van Franse kaasjes met mijn kampeervriendinnen, zo ‘s avonds in het avondgloren.

De volgende dag sta ik om zes uur op, hondjes aan de riem en wandelen maar. Opnieuw volmaakt gelukkig. Ik kom terug bij de caravan, uitgeput van een lange wandeling na een korte nacht. Ontbijtje maken, rommeltjes opruimen, en dan ben ik klaar. Een normaal mens zou zeggen: Nou kan de vakantie écht beginnen. Maar nee, ik ben dan gewoon klaar. Klaar met de camping (waar de mensen langzaam uit hun tenten gekropen komen, waar de eerste luidruchtige kinderen al beginnen met rennen en joelen), klaar met niksdoen. Bij heel mooi weer kan ik nog wel even op mijn campingbedje in de zon gaan liggen met een boekje, maar ook dat duurt nooit langer dan een half uur. Ik ben zo vreselijk onrustig! Ik zou het liefst meteen na het ontbijt mijn spullen inpakken en verder trekken. Maar ja, dat is dus best lastig met een caravan. Pootjes opdraaien, luifel afbreken, etc. Toevallig sprak ik gisteren mijn campingbuurman. Ik vertelde mijn verhaal, en hij herkende zich er helemaal in. Hij zei “Ik wil elke dag gewoon naar huis, afbreken en klaar. Het opzetten, het organiseren, dat vind ik leuk, maar als alles staat, dan is het af en kunnen we wat mij betreft weer weg.” Ik was dan ook niet verbaasd dat deze man even later in het gesprek zei “Oh, heb jij Asperger, wat grappig, dat hebben wij allemaal ook…”

Ik ben dus tot de conclusie gekomen dat kamperen op deze manier gewoon niet mijn ding is. Maar wát is dan wél mijn ding? Ik denk dat ik eruit ben: ik wil een campertje kopen en daarmee op pad. In het begin even in de buurt, maar met de optie om ook verder van huis te kunnen, richting Frankrijk en Spanje. Gewoon, ergens naartoe rijden, camper neerzetten, beetje installeren, hondjes aan de lijn, wandelen, ‘s avonds een wijntje onder de luifel, even kletsen met toevallige voorbijgangers en dan de volgende dag na wederom een wandeling weer verder, naar de volgende standplaats. Het reizen zelf als doel, niet de bestemming. Dat klinkt misschien raar, voor iemand die echt na tien minuten in een auto wagenziek wordt, maar toch, dat is wat ik wil.

Dus… niet langer met Mona op pad, maar wel op zoek naar een Mona-in-campervorm. Een niet al te dure, betrouwbare, enigszins op leeftijd zijnde 3-4 persoons alkoofcamper. En dan maar rijden. Wordt vervolgd.

Posted in Uncategorized | 3 Comments

Vertaler, een ideaal beroep voor mensen met een autismespectrumstoornis?

(Disclaimer: ik probeer mijn verhalen altijd geschikt te maken voor iedereen op het autismespectrum, maar ik besef dat ik toch vooral vertel over hoe het voor mijzelf is, met mijn diagnose Asperger (nu dus autismespectrumstoornis in de nieuwe DSM-5). Het spectrum is zó breed en elke autist is weer anders, maar ik hoop dat je, als autistische lezer, toch iets waardevols uit mijn blog kunt halen.)

Inleiding
Vroeger, toen ik op de middelbare school zat, kreeg je periodiek een zogenaamde ‘beroepskeuzetest’. De eerste als je 12 bent, en daarna nog een paar keer. Ik weet niks meer van de inhoud van die tests, maar ik weet dat er bij mij steevast ‘tolk/vertaler’ als eerste optie uit naar voren kwam. Toch was dat niet meteen de eerste studie waar ik aan begon. Toen ik klaar was met de middelbare school (zie mijn vorige blogs op http://www.aspienouschka.wordpress.com), was ik bij lange na nog niet volwassen, en ik heb een aantal jaren echt maar wat aan geklooid. Eigenlijk was dat wel verstandig (niet financieel, maar wel voor mijn persoonlijke groei), want toen ik dus op mijn 23ste echt ging studeren aan de Vertaalacademie (toen nog de Opleiding Tolk Vertaler) in Maastricht, was ik volwassen en kon ik me toeleggen op de studie.

Nu, twintig jaar na mijn afstuderen, besef ik eigenlijk pas hoé geschikt deze studie en het leven als vertaler voor mij, als iemand met ASS (autismespectrumstoornis), is. Ik hoor collega’s wel eens klagen, dat ze, nu ze freelancer zijn, toch écht het contact met hun collega’s missen, het dagelijkse samen werken met anderen. Nou, daar kan ik me dus echt helemaal niks bij voorstellen! Ik zou gék worden op een kantoor met anderen. Ik kan al niet werken als ik de klok hoor tikken, laat staan dat ik het getyp, of nog erger, het gepraat, van anderen zou horen. Nee, dit leven is echt ideaal voor mij.

 

Op onderzoek uit
Als actief deelnemer aan de Vertalerskoffiehoek, een groep voor vertalers (en vertalers in opleiding) op Facebook, kreeg ik steeds vaker het idee dat ik niet de enige vertaler met ASS was. En, nieuwsgierig als ik ben, besloot ik op onderzoek uit te gaan: wat heeft deze vertalers met ASS ertoe gebracht om vertaler te worden? Was dat een bewuste keuze? Wat zijn de voor- en nadelen van hun ASS? Daarnaast was ik ook benieuwd naar de insteek van de VAC (Vertaalacademie) bij het opleiden van vertalers met ASS: wat zijn de knelpunten van studenten met ASS op de VAC?

Uit mijn korte onderzoek bleek dat niet alle vertalers heel erg bewust vertaler zijn geworden. Een aantal had inderdaad de opleiding aan de VAC of ITV gedaan, anderen hadden een taal gestudeerd, weer anderen kwamen uit het bedrijfsleven en zijn omgeschoold. Allemaal hadden ze wel al van jongs af aan een echt taalgevoel, en ze hebben daar bijna altijd wat mee gedaan, direct of indirect gerelateerd aan hun werk. De meeste mensen die reageerden op mijn oproep waren al wat ouder en hadden ook op latere leeftijd pas een ASS-diagnose gekregen (of hadden een sterk vermoeden dat ze ASS hadden, omdat ze veel herkenden van hun kind met ASS).

Problemen ondervinden
Ik vroeg de ondervraagden tegen welke problemen ze waren aangelopen tijdens hun studie. Die antwoorden liepen uiteen, maar op nummer één stond toch steeds het sociale aspect: aansluiting vinden bij medestudenten, gepest worden, vroegtijdige uitval omdat de werkdruk te groot was. Eén van de respondenten vertelde me dat ze vooral behoefte had aan duidelijkheid en inkadering, concretisering van beoordelingen en feedback, en dat dat aspect vaak ontbrak, wat zorgde voor extra spanning en stress. Die behoefte aan duidelijkheid werd onderschreven door een van de docenten van de VAC die ik naar zijn ervaringen met leerlingen met ASS vroeg. Leerlingen kunnen die behoefte aan duidelijkheid vaak op verschillende manieren uiten: de ene leerling stelt onophoudelijk vragen in de les, de ander meldt zich na de les, omdat hij of zij liever niet de aandacht vestigt op de behoefte om meer informatie te vergaren.

Een ander onderdeel waar de vertalers aangaven dat ze last van hadden gehad tijdens hun studie was hun perfectionisme. Hoewel zoiets ook een heel goede kant van autisme kan zijn, kan het er ook voor zorgen dat je als perfectionist verzandt in je eigen werk en er nooit een einde aan komt. Het is nooit goed genoeg. Ook dat gaf de ondervraagde docent aan: het doseren van dat perfectionisme is wel een moeilijk aspect.

Zelf liep ik niet zozeer aan tegen problemen in de studie, maar wel in de dingen rondom het studentenleven: op kamers wonen, in mijn vrije tijd omgaan met medestudenten, zelfstandig worden. Ik had het toen niet in de gaten, maar omdat ik tijdens mijn studie in Maastricht gewoon thuis ben blijven wonen, in Eindhoven, lukte het me dankzij de dagelijkse structuur om toch door te zetten. Ik hoefde niet alle verschillende bordjes in de lucht te houden: ik had een hele stabiele basis thuis, in Eindhoven, en in Maastricht studeerde ik. Die scheiding (en dus ook mijn onttrekking aan het studentenleven) zorgde ervoor dat ik gedisciplineerd en ongestoord kon studeren.

In het derde jaar van de VAC is de buitenlandstage: alle studenten moeten een half jaar werken of studeren en wonen in het land van hun vreemde taal. Omdat ik al vroeg aanvoelde dat ik niet geschikt was voor het werken op een vreemd kantoor, besloot ik voor een studiestage te gaan. Om nou te zeggen “time of my life”, nee, niet echt. Ik vond het vreselijk, maar ik ben dan ook een notoire kluizenaar. Maar leerzaam was het wel, in een echte campusflat met 10 verschillende mensen van 8 verschillende nationaliteiten leren wonen. Ik was doorlopend overprikkeld, maar ik heb het overleefd, en de studie was enorm leerzaam, dus dat hield me op de been.

In het laatste jaar was het tijd voor praktijkervaring. Hier keek ik enorm tegenop: hoe moet ik in hemelsnaam bij een bedrijf gaan werken? In die tijd had ik vrijwel doorlopend migraine, en ik zag even niet hoe ik voldoende werkdagen zou kunnen maken. Gelukkig bood mijn werkmentor (ik had inmiddels al mijn eigen bedrijf opgericht en werkte als eenmansbedrijfje voor een communicatiespecialist) aan om als stagebegeleider te fungeren, en dus kon ik binnen mijn eigen onderneming aan de slag. Achteraf gezien ben ik soms wel een beetje trots op de manier waarop ik toch steeds weer een oplossing wist te bedenken voor mijn beperkingen. Bedenk wel, ik wist helemaal niet dat ik een autismespectrumstoornis had in die tijd, ik dacht gewoon dat ik ‘een beetje gevoeliger en lastiger’ dan andere mensen was. Ook dat hard werken om methodes te ontwikkelen waarmee je je tekorten weet te compenseren is iets dat als herkenbaar kenmerk wordt benoemd door mensen uit het onderwijs die werken met studenten met ASS.

Voordelen van een autismespectrumstoornis als vertaler
Maar het is natuurlijk niet alleen maar moeilijk en zwaar, als autist in deze wereld. Daarom vroeg ik mijn collega’s: zijn er dingen die horen bij je autisme, die je juist voordeel opleveren bij het vertalen? Daar konden ze allemaal bevestigend op antwoorden. Stuk voor stuk noemden ze hun streven naar perfectie, of bijna-perfectie, als een voordeel: ze zijn niet gauw tevreden, zoeken voortdurend naar verbetering van hun werk.

Autisten, en vooral autistische vertalers, hebben vaak een bijzonder oog voor detail, en kunnen gefocust werken. Bovendien zijn ze zeer goed in staat alleen te werken zonder contact met anderen, en zorgen velen van hen voor eigen structuur en planning. En door hun analytische brein vinden ze vaak taken die anderen ‘saai’ vinden, juist een uitdaging. Ze zijn vaak consistent (dat is bij vertalen enorm belangrijk, bij het gebruik van vakspecialistische terminologie), en hebben vaak een heel goed concentratievermogen.

Eerder roemde ik al het taalgevoel van mijn collega’s, waardoor het mogelijk is om zelfs in talen die niet je eigen taal zijn, fouten te ontdekken en subtiele nuances te begrijpen. Vaak hebben vertalers met ASS dit al van jongs af aan; ik weet nog hoe ik als kind als een soort van ‘speciaal talent’ tijdens familiefeestjes zinnetjes moest vertalen. “Kijk nou eens wat onze Nous allemaal kan in het Engels/Spaans/Frans…” (Oh dat vond ik toch erg, als een of ander aapje tentoongesteld worden voor de familie, maar goed, het illustreert wel dat ik als kind al zo bezig was met taal.)

Een ander voordeel is de plichtsgetrouwheid van een vertaler met ASS: het zijn mannen en vrouwen van hun woord. Afspraak is afspraak. Hierdoor zijn ze vaak hele goede partners, voor zowel klanten als collega’s. Het kan ze soms ook een beetje stug maken, en betweterig, maar als ik naar mezelf kijk, komt het altijd uit een goed hart: ik doe dingen graag volgens de regels. Dat geldt niet alleen voor de regels van de taal, maar ook voor bepaalde sociale regels, en bijvoorbeeld verkeersregels. Het zorgt er ook voor dat ik dus echt heel goed ben met deadlines: een deadline is voor mij alsof hij in de heilige tabletten van Mozes staat gekrast: ik hou me eraan, hoe moeilijk dat het leven soms maakt. Toch heb ik in de loop der jaren geleerd dat ik soms best mag onderhandelen over deadlines en afspraken met mijn klanten. Meestal is de andere partij lang niet zo streng en onbuigzaam als ikzelf!

Moeilijke elementen
Een andere vraag die ik stelde: op welke punten is je autisme een belemmering of beperking bij het vak van vertaler? Zelf heb ik wat moeite met bankzaken; ik weet niet goed hoe het is ontstaan, maar ik heb een jaar of vier echt een fobie voor telebankieren gehad, en in die tijd deed mijn zus mijn bankzaken, samen met de boekhoudster. Dat was ingewikkeld, want ik ben wel een enorme controlefreak, dus ik wilde wel alles dirigeren, maar dan niet zelf die bankzaken daadwerkelijk doen. Gelukkig is dat probleem sinds een tijdje redelijk verholpen, dankzij gepaste therapie.

Andere collega’s gaven aan dat ze soms moeite hadden met structuur, dat ze zich soms zo konden verliezen in het werk dat alles eromheen niet meer werd gedaan. Ik heb een collega die maar met moeite kan factureren. De administratieve kant van het verhaal is soms ingewikkeld, maar gelukkig zijn daar ook oplossingen voor: je kunt bijna alles uitbesteden tegenwoordig.

Bijna allemaal geven de autistische collega’s aan dat de sociale kant lastig is. Dat was bij mezelf ook het geval, en toen het een tijdje wat minder ging, zakelijk, vond ik dat de grootste drempel: netwerken! En niet het netwerken zelf: ik klets met gemak tegen wildvreemden! Maar het kostte wel enorm veel energie, en als ik dan de volgende dag weer aan het werk moest, vond ik het zo raar dat ik niks gedaan kreeg, maar het was eigenlijk heel logisch: al mijn energie was opgeslokt door het netwerkevent van de dag daarvoor. Daarom heb ik geleerd dat je die netwerkdingen heel goed moet plannen, en niet moet denken ‘oh dat doe ik er tussendoor’. Voor netwerken, goed netwerken, moet je tijd vrijmaken. Je moet het leren, en je moet het ook echt doen. Ook daarbij kun je overigens hulp vragen van anderen hoor, er zijn cursussen voor en je kunt ook vragen aan bevriende ondernemers of zij je onder hun vleugel willen nemen.

Een andere belemmering is soms het gebrek aan zelfvertrouwen. Daar waar sommige vertalers met autisme echt duidelijk de zogenaamde ‘Asperger Arrogance’ hebben (een punt dat op zich ook wel belemmerend kan werken, omdat het vaak ook betekent dat je dan kritiek niet accepteert), hebben anderen een zeer laag zelfbeeld, vaak door jaren van pesterijen, waardoor ze niet goed om kunnen gaan met kritiek en/of feedback. Bij sommige collega’s is hun gebrek aan zelfvertrouwen minder geworden in de loop der jaren omdat ze zich steeds vertrouwder zijn gaan voelen in hun vak; bij anderen heeft therapie of training geholpen om ze wat sterker, weerbaarder te maken.

De vraag over belemmering werd door een andere collega beantwoord met het feit dat ze soms moeite heeft om haar gezin en haar werk te balanceren. Daar heb ik zelf ook al eerder over geblogd: https://aspienouschka.wordpress.com/2015/04/25/three-options-pick-two/. Het is moeilijk om nee te zeggen tegen klanten, maar je hebt ook anderen die van jou afhankelijk zijn en tijd met je willen doorbrengen als je een gezin hebt. Overprikkeling ligt dan voortdurend op de loer.

Het contact met de klant (directe klanten of vertaalbureaus) kan ook voor problemen zorgen. Meestal zijn autisten erg gesteld op directe communicatie, zonder verborgen boodschappen. Ze hebben zelf ook de neiging om zo te communiceren, maar dat wordt niet altijd goed opgevat. Telefoneren is vaak moeilijk, en het liefst gaat het contact per mail. Ik heb daar zelf ook mee geworsteld, maar het mezelf aangeleerd dat sommige dingen nou eenmaal moeten, ook al vind ik het niet fijn. De telefoon niet opnemen zou zakelijk gezien niet verstandig zijn, en ik wil nou eenmaal heel graag zakelijk succesvol zijn, en dus moet ik die telefoon opnemen. Hierbij komt mijn eenmalige training voor een callcenter (uit een tijd dat ik een zomerbaantje had) goed van pas: ik weet dus goed hoe het moet, ook al doe ik het liever niet.

Hoewel ik zelf enorm goed ben in plannen, weet ik dat ook dat voor veel autisten een ‘dingetje’ kan zijn: door de chaos in hun hoofd lukt het soms niet om een strakke planning te hanteren. Zelf lukt me dat wel, maar dat komt omdat ik heel streng ben voor mezelf; ik ben waarschijnlijk een veel strengere baas voor mezelf dan een buitenstaander ooit zou kunnen zijn geweest. Succesvol ondernemen valt en staat bij je eigen inzet. Omdat ik mijn doel duidelijk voor ogen heb, weet ik wat ik moet doen om succes te behalen. En daar hoort die strakke planning bij. Maak ik geen planning, dan verzand ik in inertie, dan komt er nauwelijks meer iets uit mijn handen. Daarom ben ik ook niet goed in vakantie vieren, dan laat ik de teugels los, en dan weet ik vaak niet meer wat ik moet doen. Dus vind ik het fijner om elke dag gewoon volgens hetzelfde ritme te leven. Dat klinkt misschien saai, maar voor mij werkt het!

Bijna klaar!
Als je al tot hier hebt gelezen: bravo! Het werd een langer artikel dat ik zelf had gedacht, maar ik vond alle punten wel belangrijk om te benoemen. Als laatste vraag in mijn vragenlijst voor collega’s vroeg ik wat zij beginnende vertalers, vers van de opleiding, zouden willen adviseren. Zijn er punten waar jonge vertalers met ASS op moeten letten, zijn er specifieke valkuilen?

Advies voor nieuwe vertalers
Het belangrijkste advies is wel: zorg dat je het vak écht leuk vindt. Of je nou een vertaalopleiding hebt gedaan, of via een alternatieve route bij het vertaalvak bent uitgekomen: als taal niet echt je passie is, dan wordt het moeilijk om je er professioneel mee bezig te houden. Er gaan echt opdrachten komen die supersaai en stom zijn, of zo moeilijk dat je bijna moet janken van frustratie, maar in mijn eigen geval was de liefde voor taal altijd zo groot dat ik juist verdrietig werd bij het idee dat ik géén vertaler zou zijn. Als je alleen maar vertaler wilt worden omdat je thuis wilt werken, dan zal dat misschien niet genoeg drijfveer zijn om het vol te houden.

Een volgend advies: na je studie ben je wellicht al vertaler, maar nog geen ondernemer. Zorg dat je ook op dat vlak voldoende leert. Er zijn bij de Kamer van Koophandel cursussen voor beginnende ondernemers, maar ook andere instituten bieden training/scholing op dat gebied aan.

Sluit je aan bij vertalersgroepen. Je hoeft het wiel niet zelf uit te vinden, er zijn genoeg groepen, online en IRL, waar je informatie kunt krijgen als je vertaalvraagstukken hebt of als je hulp nodig hebt bij de zakelijke kant van het vertaalvak. (Als beheerder raad ik zelf natuurlijk lidmaatschap van ‘Vertalerskoffiehoek’ van harte aan, maar ook hebben de vertaalopleidingen hun eigen groepen.)

Leer waar je sterke en zwakke punten liggen. Ben je enorm op details gericht maar kun je niet goed tegen kritiek (feedback), dan is het vak van corrector/revisor misschien meer iets voor jou, omdat je hierbij de feedback levert en niet hoeft om te gaan met kritiek over jouw ‘vertaalcreatie’. Luister naar je gevoel: jij bent degene die het werk moet leveren, dus als een opdracht niet goed voelt, neem hem dan niet aan. Als je slecht tegen krappe deadlines kunt, richt je dan op vertaalwerk met een langere deadline; meestal hebben boekvertalingen een deadline van een paar maanden, terwijl juridische vertalingen vaak binnen een hele korte tijd moeten worden geleverd. Kun je slecht tegen tijdsdruk, dan is dat laatste dus niet echt jouw tak van sport, bij wijze van spreken.

Zorg voor een fijn netwerk: mensen die je vertrouwt, die jou begrijpen en die je respecteren voor wie je bent. Zelf heb ik in het begin een mentor gehad: een opdrachtgever met veel geduld, die mij stap voor stap wegwijs heeft gemaakt in het vertaalvak en in de zakenwereld. Hij was streng en corrigeerde rigoureus mijn vertalingen met zijn groene pen, maar wat heb ik veel van die man geleerd!

Zorg ook dat je een goede balans tussen werk en privéleven weet te creëren. Veel mensen met ASS hebben de neiging om maar op één ding te focussen, maar een balans is belangrijk. Zelf was ik tien jaar aan het werk voordat ik in de gaten kreeg dat ik beter elk weekend vrij kon nemen. Ik ging pas na zes jaar voor het eerst een keer op vakantie. Ik was vergroeid met mijn bedrijf en kon maar moeilijk afscheid nemen. Dat heeft ook meteen geleid tot de eerste burn-out (of overspannen, zoals we dat toen nog noemden), want de boog kan echt niet altijd gespannen staan. Ook hier blogde ik al eerder over: https://jouwvertaler.wordpress.com/2017/04/14/altijd-maar-doorbijten/.

Vertaler ook jouw vak?
Ben je eruit, word je vertaler? Maak een lijst met je voordelen, dingen die jou onderscheiden van je collega’s: ben je uitermate detailgericht, extreem betrouwbaar, bijzonder goed in het vertalen van teksten waar anderen het geduld niet voor hebben maar jij een bijzondere interesse voor hebt? Zorg ervoor dat je dát kenbaar maakt, aan eventuele werkgevers of opdrachtgevers.

Maak daarnaast voor jezelf een lijst met dingen die jij belangrijk vindt: bijvoorbeeld duidelijke inkadering van werkopdrachten, weinig werkdruk/stress, tijd om bij te komen na overprikkeling of om te schakelen tussen opdrachten, ruimte om je terug te trekken. En bekijk aan de hand van deze lijsten welke werksituatie het beste past bij jou. Wil je werken op een vertaalbureau, maar kun je niet werken te midden van anderen? Maak dit dan kenbaar, en vertel erbij wat je wél kunt (bijvoorbeeld dat je wel kunt werken als je maar je noise-cancelling headphones de hele dag op mag hebben, of als je apart mag zitten in een andere ruimte). Wil je werken als freelancer, gewoon thuis? Ga dan bij jezelf te rade of je dat kunt: elke dag afspraken nakomen, zonder de druk van een baas? Omgaan met de onzekerheid van het freelance-bestaan, want soms heb je geen opdrachten en wat doe je dan? Raak je dan in paniek omdat je geen inkomen hebt? Dat zijn punten waar je goed over na moet denken. En informatie over moet inwinnen. Stel hierover gerust vragen aan ervaren vertalers.

Hopelijk heb ik de lezer met dit artikel wat meer inzichten gegeven. Mocht je nou nog vragen hebben over het vak van vertaler en het werken/ondernemen met ASS, stuur me dan gerust een bericht via info@proactive-translations.nl . Ik kan niet garanderen dat ik meteen reageer of dat ik een pasklaar antwoord heb, maar ik doe altijd mijn best! Over ondernemen met autisme schreef ik eerder al dit blogartikel: https://aspienouschka.wordpress.com/2017/02/09/autist-en-ondernemer/

Ik wil graag mijn collega’s bedanken die hebben bijgedragen aan dit artikel. Omdat niet iedereen ‘aut and proud’ is, heb ik mijn best gedaan om hun anonimiteit te garanderen. Daarnaast wil ik ook de andere bijdragers uit het werkveld en vanuit de opleiding bedanken. Samen hebben we mensen toch weer een beetje bewuster gemaakt over het vak van vertaler, het autismespectrum en autisten/mensen met autisme.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

De bouwput bij de buren: overprikkeling en verandering

Na ongeveer twintig jaar overleg werd vorig jaar dan eindelijk begonnen met de sloop van het bedrijventerrein achter mijn huis. Er komt een fantastisch mooie woonwijk te staan (zie Joriskwartier). Maar voordat het zo ver is, moet er eerst gebouwd worden.

Eerst werd er gesloopt, maar op een of andere manier zit slopen in mijn genen en vond ik die fase alleen maar machtig interessant. Maar nu wordt er dus gebouwd. En ik hoor de hele dag piepjes (van een digitale waterpasmeter), klopgeluiden en veel machinaal geweld (er was al een ‘hele-diepe-gatenboormachine’ en een ‘we-gieten-betonnen-vloertjesmachine’ en vandaag is de ‘we-boren-gaten-in-de-nieuwe-vloeren-machine’ aan de slag). En daarboven uit hoor je de godganse dag de radio die echt op standje ‘laatste uurtje op een festival’ staat. En ik ben al mijn hele leven extreem gevoelig voor geluiden. Dit is dus een recept voor een meltdown.

bouwproject

Uitzicht vanuit mijn kantoor

Ik meldde dat al een paar keer op Facebook en Twitter, en dan krijg ik echt hele lieve adviezen: ik kan naar Seats2Meet, ik kan kiezen voor een werkplek bij het Parktheater, of zelfs werken bij mensen thuis. Echt heel erg lief bedoeld. Maar daar zit ook tegelijkertijd het probleem: het is niet dat ik niet ergens anders wil werken; het kan gewoon niet. En niet in de zin van “Nous, gewoon even de schouders eronder, effe doorbijten, kun je best”. Nee, ik kan gewoon echt niet ergens werken waar ik niet alleen ben, waar de ruimte niet van mij is, waar ik niet onbespied kan werken. En ik kan niet omgaan met de veranderingen die een tijdelijke werkplek oplevert. Ik wist dit al toen ik een tiener was en het plan bedacht om voor mezelf thuis te gaan werken.

Als ik erover klaag, vind ik mezelf echt zo’n ontzettend zeikwijf, maar tegelijkertijd snap ik precies wat er in mijn hoofd gebeurt: er is een soort denk-lus waaruit ik niet los kan komen, er is onrust omdat ik niet weet hoe lang het gaat duren; er is overprikkeling door het constante geluid; en er is paniek omdat ik niet mijn werk kan doen zoals ik het voor ogen heb. Ik heb mijn weekenden nu harder dan ooit nodig om totaal tot rust te komen, waardoor dus ook mijn sociale activiteiten (en die heb ik al niet heel erg veel) tot een absoluut minimum zijn teruggebracht. Als na vier uur ‘s middags de werkzaamheden stoppen, kan ik eigenlijk pas beginnen met werken, en mijn werk begint achter te raken, puur door alle stress.

Ik voel het ook aan alles, ik ben weer vaker moe, ik ben weer vaker neerslachtig, ik ben als de dood dat dit de opmaat voor een nieuwe depressie gaat zijn, en daar kan ik echt niks mee; zeker nu alles zakelijk zo goed loopt, wil ik dat per se voorkomen. Maar ik kom er op dit moment zelf even niet uit.

Wat ik zelf kan bedenken, tot nu toe, is de aanschaf van een camper, zodat ik ‘s morgens richting de bossen vertrek en aan het einde van de middag terug kom. Maar dan zit ik met Wifi: hoe kom ik in de bossen aan goede Wifi (want daar ben ik voor mijn werk heel erg afhankelijk van). En bovendien is dit financieel wel een beetje een ingrijpende oplossing.

Een andere optie is om mijn caravan Mona te parkeren op de camping. Maar ook dat is niet ideaal: Mona is erg klein en als het warm is, drijf je naar buiten van de hitte. Dat is niet alleen voor mij niet te doen, maar ook voor de hondjes. Daarnaast krijg ik enorme last van mijn rug als ik in Mona zit te werken. En bovendien is een maandplaats op een camping ook al gauw net zo duur als de huur van een kantoor. En dan word ik ook onrustig, want ik weet dat Mona na een tijdje ook weer naar de stalling moet. Ja, die beren op de weg, ik zie heus wel dat ik die daar zelf neerzet. Maar ja, zo werkt mijn hoofd.

Dus tja, wat te doen? Ik schreef dit blog vooral om het van me af te schrijven. Er is even geen oplossing, het kan even niet anders. Ik schreef het ook om te laten zien dat het leven niet allemaal ‘joepie ik ben autistisch’ is. De nadelen van autisme zijn vaak niet goed te zien, en daarom niet goed te begrijpen. En dus schrijf ik erover…ter leering ende vermaeck.

 

 

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Pesten en Asperger

(Vertaling van mijn blog uit maart 2014, Bullying and the Asperger Child)

Pesten en het Asperger-kind

Als mensen me vragen naar mijn kindertijd, dan komt er altijd een punt waarop ik vertel dat ik op school ben gepest. Dat is eigenlijk wat ik me het beste kon herinneren van de lagere school: gepest worden. Ik herinnerde me niet zozeer een specifiek incident, maar eerder een algeheel gevoel van gepest worden en bang zijn. Ik herinner me ook nog heel goed dat ik per se niet naar de middelbare school wilde waar het merendeel van mijn klasgenootjes van de lagere school naartoe ging. Ik ging naar een middelbare school in een andere plaats, om te ontsnappen aan de pestkoppen.

Ik was een stil kind, ik hoorde er niet echt bij. Ik had op school één vriendin, mijn buurmeisje, maar zij was vier jaar ouder, dus toen ik naar de derde klas ging, ging zij naar de middelbare school en stond ik er alleen voor. Ik weet nog dat ik altijd probeerde om alleen in de klas achter te blijven als het speelkwartier was en we naar buiten moesten om te gaan spelen. Ik probeerde altijd om interactie met de kinderen uit mijn klas te vermijden, maar meestal werd ik door de meester of juf toch naar buiten gestuurd….”lekker buiten spelen”.

Ik heb de laatste tijd hard gewerkt aan mijn innerlijke zelf. Ik heb therapie gevolgd en hierdoor verandert de manier waarop ik mijn verleden zie. De meest ingrijpende eye-opener van de laatste tijd is toch wel een regressiesessie geweest met mijn hypnotherapeut. Bij regressie ga je terug in de tijd. Mijn therapeut vroeg me of ik op zoek wilde naar de grondoorzaak van mijn eetproblemen, en ja, dat leek me wel een goed plan.

Eerst ging ik in een zeer diepe hypnose, en ineens was ik acht jaar oud, op het speelplein van de lagere school in het dorpje waar ik vandaan kom. Ik voelde me enorm angstig, en mijn klasgenootjes renden en joelden op het speelplein. In eerste instantie dacht ik dat ze me aan het pesten waren, maar toen ik kalmeerde, kon ik zien dat dat helemaal niet het geval was. Ze waren alleen maar heel erg nieuwsgierig, en druk en luidruchtig zoals kinderen meestal zijn, maar voor mij, als achtjarig autistisch kind, voelde hun aanwezigheid als heel bedreigend. In eerste instantie wilde ik ontsnappen, weglopen van de situatie, maar toen greep de therapeut in. Hij wilde dat ik de andere kinderen confronteerde. Ik wilde ruimte, ik wilde dat ze me met rust lieten. Dus moest ik van de therapeut van me afbijten. Ik schreeuwde zo hard als ik kon “Rot op, laat me alleen”. Ik geloof niet dat ik ooit in mijn leven zo hard heb geschreeuwd. En in mijn hypnosestaat lieten de kinderen me ook met rust. Daarna moest ik van de therapeut de kinderen vergeven. Hij zei later dat me dat zichtbaar moeite kostte, en ik had het moeilijk met het uitspreken van de woorden, maar toen ik het deed, voelde ik meteen een opluchting en innerlijke vrede waar ik lang naar had gezocht.

Die avond lag ik in bed na te denken over die sessie, en ineens klikte het in mijn hoofd: ik was helemaal niet zo erg gepest als dat ik mezelf had voorgehouden, dat ik me ‘herinnerde’.  Dat was helemaal geen pesten geweest, maar ik had het zo geïnterpreteerd. Ik had als kind een sterke behoefte aan rust en wilde alleen gelaten worden, en voor mij was school enorm ingrijpend en energie-zuigend, met al die kinderen die ik helemaal niet op me heen wilde hebben. Het uitgelaten gedrag van mijn klasgenootjes, hun rennen, springen en gillen, dat was niet op mij gericht, dat was gewoon algemeen gedrag, dat zich in mijn hoofd had omgevormd tot pestgedrag omdat het mij zo stoorde en verstoorde.

Dit besef heeft echt van binnen iets losgemaakt. Ik voel me niet langer het slachtoffer van pesten tijdens mijn kindertijd. Ik was gewoon een autistisch kind en wist niet goed te reageren op sociale situaties. Gosh, wat ben ik eigenlijk blij dat ik nu volwassen ben!

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Jong & Aut… (in het kader van Autismeweek 2017)

Vandaag is ‘mijn’ dag: Autismedag, 2 april. Het voelt toch een beetje als je verjaardag hoor, maar in plaats van een feestje geef ik een blogje, en hoop ik zo bij te dragen aan meer inzicht in en bewustzijn over autisme.

Het thema van de Nederlandse Autismeweek is dit jaar ‘Jong & Aut’. Ik was helaas nooit jong & aut. Ik ben ‘oud’ en aut. Ik kreeg mijn eerste diagnose toen ik veertig was. Lange tijd heb ik een beetje boosheid gevoeld; had nou niemand toen ik jong was kunnen bedenken dat ik autistisch was, en dat het daarom zo lastig liep allemaal? Ik heb veertig jaar gedacht dat het normaal was, dat het leven een soort van voortdurende strijd moest zijn. En toen ik veertig werd, bleek dat dus niet zo, maar bleek ik autistisch te zijn.

nouske-jongOp social media lees ik vaak en veel over ouders van autistische kinderen. Wat ze allemaal doen voor hun kinderen, hoe ze voor hun kinderen moeten opkomen, dat zij strijd leveren, voor speciaal onderwijs, voor aanpassingen, voor meer acceptatie. En soms ben ik daar gewoon jaloers op. Ik had dat niet. Ik had op mijn twaalfde een psycholoog die mijn ouders adviseerde om toch vooral maar heel streng voor me te zijn. Niks rekening houden, niks aanpassingen. Gewoon een schop onder mijn kont! (Godzijdank trok mijn mama zich weinig aan van die psycholoog en ging mijn vader in die tijd het huis uit, dus die schop heb ik nooit gehad).

Toch ben ik soms ook wat huiverig, als ik lees wat er allemaal gedaan wordt voor autistische kinderen. Want je kunt je kinderen wel zo goed mogelijk beschermen, maar later moet hij of zij toch in de harde NT-wereld uit de voeten kunnen. De wereld gaat zich niet zomaar aanpassen omdat jouw kind (of jijzelf) autistisch is (bent). De wereld is soms echt hard en zwaar, en er wordt je niks aangedragen. Laatst las ik een heel mooi blog, een brief aan de juf of meester van een autistisch kind. Het ging erover dat het kind mensen niet aankeek, en het was eigenlijk een verzoek aan de juf/meester om daar geen big deal van te maken. En dat snap ik wel, want bij autistische kinderen moet je wijs je momenten kiezen. Maar er schuilt ook gevaar in, want je kind moet uiteindelijk toch leren wat er in de buitenwereld wordt verwacht. Ik vond en vind echt weinig dingen zo moeilijk als iemand in de ogen kijken. Maar ik heb het wél geleerd, mama heeft daar uren, dagen, maanden op gehamerd. Ze heeft telkens weer uitgelegd dat het moet, waarom het moet, en dat ik me soms over mijn eigen weerzin om het te doen heen moet zetten.

Vroege diagnoses, jonge autisten, het heeft zijn voor- en nadelen. Want als je op je twaalfde te horen krijgt dat je autistisch bent, ga je dan nog wel zo hard vechten voor wat je wilt bereiken en kunt bereiken in deze wereld? Of ga je, met je ouders, dan ineens herkaderen wat het leven te bieden heeft, ga je genoegen nemen met minder omdat je autistisch bent? Ik vind het ingewikkeld, ik hoor mijn stiefbroer nog vragen, toen ik net mijn diagnose had, “had je wel zo hard je best gedaan om alles te bereiken, als je het had geweten?” En eerlijk gezegd, had ik me door allerlei depressies en moeilijke tijden heengeslagen? Ik weet het niet, ik weet niet of ik volhardend genoeg was geweest. Nu ben ik er blij mee, ik zit goed in mijn vel, mijn leven loopt nu op rolletjes, maar dat is lang niet altijd zo geweest. Dus ik weet het niet.

Wat wil ik nou eigenlijk zeggen met dit blog? Misschien is het dat ik mensen met een autistisch kind erop wil wijzen dat ook autistische kinderen af en toe gepusht moeten worden? Omdat ook zij het optimale uit het leven kunnen halen? Dat is het misschien. Temple Grandin, de grote ervaringsdeskundige op het gebied van autisme, schreef er zelfs een boek over, The Loving Push. Bescherm je kinderen, maar push ze ook, op liefdevolle manier, naar een hoger niveau. En houd moed…mijn vader verzuchtte op mijn achttiende dat hij er geen vertrouwen in had dat het met mij nog iets zou worden. Wist hij veel dat ik gewoon wat meer tijd nodig had dan de rest. Ik ben blij dat ik het tegendeel heb kunnen bewijzen.

Posted in Uncategorized | 4 Comments

Seksualiteit en autisme: de sociale valkuilen

Zoals alle kinderen in die tijd kreeg ik, begin jaren tachtig, op de middelbare school seksuele voorlichting. Het was ‘no big deal’, ik herinner me nog dat we in het biologielokaal zaten en dat er een filmpje werd vertoond van hoe een mevrouw met rode nagellak een condoom omdeed bij een banaan. En ergens tijdens het tweede of derde jaar van mijn middelbare school was er een ‘seksweek’, een week lang voorlichting over het onderwerp seksualiteit. Ik kan me daar verder niks meer van herinneren, maar het was verplicht, dus ik zal er wel aan hebben meegedaan. Eerlijk is eerlijk, ik was veertien en mijn leven bestond uit paardrijden; jongens waren echt nog heel erg stom, dus ik gaf geen bal om die hele voorlichting.

Het probleem zat hem ook niet in de technische uitleg, maar in het sociale aspect. Dat bleek later het probleem: wat wordt er van je verwacht? Wat mag wel, wat mag niet? Wanneer vindt iemand je leuk, wanneer is iemand oprecht? Wanneer en hoe zeg je nee? Daar zaten later de knelpunten. Ik had twee boeken over seksuele voorlichting: iets met het woord ‘brandweerspuit’ in de titel, en het Grote Meiden Boek. En ja, in allebei zal heus wel hebben gestaan dat je nee mocht zeggen, en dat je niks mocht doen wat je niet leuk vond. Maar daar zit hem nou net de kneep, bij veel kinderen met autisme. Die weten helemaal niet wat leuk of niet leuk is. En dat je nee moet zeggen bij situatie zus, en ja bij situatie zo. En wat doen die kindjes dan? Die gaan vaak kopiëren.

In mijn geval kopieerde ik films. Maar ja, een film is eigenlijk helemaal niet zo’n goed voorbeeld, want het gaat daarbij steeds om lichaamstaal en om ‘tussen de regels door lezen’. Dus dat was  niet echt een goede leerschool. Dus dan maar de leeftijdsgenootjes kopiëren. Want die deden van alles op de hooizolder. Dus kuste ik ook met deze of gene tijdens een huifkarrentocht, of in de stal bij de paarden. En liet ik me iets later bepotelen op de achterbank van een auto, ergens op een parkeerplaats bij de kroeg waar we op stap gingen. En ging ik mee met mannen in dure auto’s op weg naar hotels waar ik me dan zo stoer mogelijk hield. Want ja, dat hoorde erbij, want ik zag het anderen ook doen. Op welk punt trek je aan de bel, wanneer zeg je nee?

Daar zat bij mijzelf het probleem: welke grens moet ik aanhouden? Ik kom natuurlijk uit katholiek Brabant, en de ‘regel’ daar was: eerst trouwen, dan seks. Maar ja, mijn ouders waren ook niet getrouwd toen ik werd geboren, dus die regel ging al niet op. Ik groeide op in de jaren zeventig, waar vrije moraal en seksualiteit juist werden gepromoot. De anticonceptiepil was beschikbaar, aids was nog onbekend, dus…vrijheid, blijheid. Dus als kind of jong-volwassene wist ik helemaal niet waar de grens lag. Ik vond het allemaal raar gedoe, maar in de media las en hoorde je dat het erbij hoorde, seks, en dat je het zus moet doen en zo… Als ik mijn eigen grens had aangegeven, was ik nu nog maagd, denk ik. Want aanraken vind ik vies, kussen vind ik goor, over de rest nog maar niet te spreken, maar ooit moet je daar toch overheen, was me verteld. Wat ik eigenlijk nodig had, was iemand die me een vaste set met regels had overhandigd: geen seks als je geen ‘verkering’ hebt, niet kussen met jongens voordat duidelijk is wat ze van je willen…echt duidelijke, strenge regels.

Toen ik de inspiratie voor dit blogje kreeg (door de vele reacties over mijn vorige seksblog), ben ik eens gaan rondvragen. Tegenwoordig zijn er voor kinderen met ASS speciale voorlichtingsmogelijkheden, waarbij vooral langer door wordt gegaan over grenzen, verwachtingen en de sociale kant van het verhaal. De bronnen die ik online vond, gingen vooral over het inperken van ongewenst seksueel gedrag bij jongens met autisme; over vrouwen met autisme en seksualiteit vond ik maar weinig informatie. Wat ik wel vond, was een Engelstalige site met veel literatuur over dit onderwerp: Autism Sex Education. Hier ligt dus voor onderzoekers nog een zeer groot ontgonnen gebied: seksuele ontwikkeling en voorlichting bij meisjes en vrouwen met autisme.

 

Wat wil ik nou eigenlijk met dit blog? Ten eerste ben ik retrospectief mijn leven aan het overzien, dus het is vooral voor mezelf. Ten tweede merk ik dat ik met mijn schrijfsels vooral mijn generatiegenoten vaak herkenning bied. Een beetje ‘gedeelde smart is halve smart’.

Maar toch ook hoop ik leerpunten mee te kunnen geven aan mensen met kinderen met ASS. Probeer toch vooral zoveel mogelijk te praten met je ASS-kind, ook al lijkt het of hij/zij niet luistert. Hamer op die grenzen, blijf duidelijk herhalen wat wel en niet mag. Dingen als ‘ga op je gevoel af’ of ‘luister naar je gevoel/lichaam’ zijn vaak te vaag, zorg dat je concreet dingen benoemt. Lees erover en laat je kind erover lezen. Trust me, de technische kant van het verhaal heeft hij/zij vaak al helemaal uitgeplozen hoor, maar dat sociale, daar gaat veel tijd in zitten. En let op je kind, want ook al lijken ze volwassen te worden, vaak is dat toch vooral aan de buitenkant en zit er van binnen toch nog een kinderlijke naïviteit waar snel misbruik van kan worden gemaakt. Ook al heeft je kind een grote mond en doet hij/zij heel stoer…een auti-kind is vaak wat later emotioneel volwassen.

(Noot van de schrijfster: ik ben geen autismespecialist, dus alle adviezen die ik geef, zijn gebaseerd op mijn eigen ervaring. Ik pretendeer hiermee absoluut niet de wijsheid in pacht te hebben. Ik spreek  uitsluitend uit eigen naam en vanuit mijn eigen vorm van autisme.) 

Posted in Uncategorized | 3 Comments