Over Andere Tijden’s autisme-aflevering

Gisteren keek ik Andere Tijden, over ijskastmoeders (koelkastmoeders, het wisselt af, de term). En hoewel ik snap dat nou juist dat begrip (ijskastmoeders waren kille, liefdeloze moeders waardoor kinderen dus autisme kregen) het onderwerp van de docu was, had ik me er meer van voorgesteld. De ondertitel van het programma luidde per slot van rekening “Over onbegrepen autisme”.

Een tijd geleden deed Andere Tijden een oproep ‘in mijn kringen’ omdat ze bezig waren met deze uitzending. Die oproep is echt heel vaak gedeeld in mijn netwerk, dus toen ik de aankondiging van het programma zag, verwachtte ik er heel veel van. De uitzending van gisteren was dan ook een teleurstelling.  Het ging alleen maar over twee gevallen van mensen met een redelijk ernstige vorm van autisme (ze woonden allebei al sinds hun jeugd in een tehuis).

Ik had het mooi gevonden als het breder was geweest. Want de vrouwen van nu, met autismediagnoses, die zijn ook niet probleemloos door hun jeugd gezeild. Zelf moest ik op mijn twaalfde naar de psycholoog en kregen mijn ouders het advies om heel streng te zijn voor mij, want ik was te slim en ik speelde te veel de baas. Ik was lastig en ik moest gewoon kort worden gehouden. (Applaus voor mijn mama die dat advies volledig naast zich heeft neergelegd…) Maar ik ken ook vrouwen die in jeugdinrichtingen hebben gezeten met rare diagnoses, en vrouwen die zwaar ontspoorden en hun leven pas op de rit kregen na hun autismediagnose toen ze eind dertig, begin veertig waren. Dié beelden had ik graag ook gezien.

Dit was weer zo enorm stereotiep: een man die de spoorwegboekjes uit zijn hoofd kent, dat kennen we inmiddels wel. Jammer, gemiste kans…

autistische nous

Aspienouschka, 8 jaar

https://www.anderetijden.nl/aflevering/720/IJskastmoeders

 

Advertisements
Posted in Uncategorized | 2 Comments

Komt een autist bij de dokter…

Twee weken geleden moest ik met mijn moeder mee, naar de maag-darm-lever-arts, voor de uitslag van een onderzoek. Het feit dat ik mee moest, zei eigenlijk al genoeg: het zou geen goede uitslag zijn. Nou ben ik hartstikke goed in medische vertalingen, en ik heb zelf vaak genoeg in een ziekenhuis gezeten om daar geen problemen mee te hebben, maar nu werd er van mij ook een soort van steun en troost verwacht, en dat vind ik moeilijk. 21762890_10214979941357790_8250646751996251141_o

Omdat ik mezelf ken in zulke situaties (ik kan dan soms heel ongevoelig of bruusk reageren), besloot ik maar open kaart te spelen tegen de arts: toen ik mezelf voorstelde, heb ik erbij gezegd dat ik Asperger heb en dat ik soms wat afwijkend kan reageren, maar dat ik wel alles gewoon begrijp. Dat vond de arts fijn om te weten, en dat brak ook het ijs meteen (ik heb daarna het hele consult supernormaal op alles gereageerd, echt textbook-normaal-mens).

De uitslag was niet goed: mama is ziek, ze heeft kanker. Welke soort en wat er verder zou gebeuren, was afhankelijk van de onderzoeken die er in de twee weken daarna zouden plaatsvinden. Dus zaten we met ons hele gezin twee weken in grote spanning.

Gisteren kwamen dan die uitslagen, tijdens een consult met diezelfde arts. Dit keer ging mijn zusje ook mee. Zij is meer een gevoelsmens en zit wat dat betreft beter op één lijn met mama. De afspraak was dan ook: zusje troost en leeft mee, en ik luister naar wat de arts uitlegt. Die regeling werkte bijzonder goed, afgezien van het feit dat mama enorme behoefte had om uitgerekend MIJ te omhelzen en te knuffelen. Nou zou je denken “doe normaal Nous, het is je moeder, het is spannend, zet je er maar een keertje overheen.” Zou ik zelf namelijk ook denken als het om andere mensen ging. Maar daar zit het probleem: ik kan dat dus niet. Is geen onwil, echt niet, maar juist in zulke tijden wil ik echt niet aangeraakt worden, laat staan omhelsd. De enige van wie ik het de afgelopen weken echt fijn vond, was een lieve vriendin, wiens omhelzing zo ontzettend troostend was, dat het echt zalvend werkte. Maar dat is echt een uitzondering.

Even terug naar de uitslagen gisteren. Die waren gunstig, er waren geen uitzaaiingen, maar toch gaat het een spannend en lang traject worden, met bestraling en een operatie. Hopelijk is het na de kerst allemaal achter de rug. Vooral het feit dat er geen uitzaaiingen waren, zorgde voor enorme opluchting bij ons allemaal. En een enorme behoefte bij mama om MET MIJ TE KNUFFELEN. Dus heb ik toch maar een keer diep adem gehaald en met mama geknuffeld. En geprobeerd om het fijn te laten voelen voor mama, want normaal krijg ik altijd te horen dat ik knuffel als een ijskonijn.

Enfin, nu weten jullie het dus.

(Ik heb het verhaaltje net aan mama voorgelezen, ze is het volledig eens met de publicatie. En ze moest erom lachen, om haar volwassen autistische dochter…)

mama

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Kwakkelen van de stress

Op Twitter zei een mede-twitteraar (een zogenaamde ‘Tweep’) vanmorgen iets over dat ze het zo vervelend vond dat ze graag contact opzoekt met mensen, maar daar dan zo moe van wordt, maar als ze zich dan afzondert, ze zich alleen en eenzaam voelt. Dat herken ik, en mijn gedachten gingen terug naar vroeger.

Ik was als kind helemaal niet zo’n ‘alleen in mijn eigen wereld’-type autist. Ik had een hele lieve vriendin die altijd bij mij kwam spelen, en ik bij haar. Ik had ook voldoende contacten op school en op de manege. Maar ik was ook vaak ‘ziek’. Ik had migraine, ik had rare buikgriepjes, vage klachten allemaal. En eigenlijk ging dat mijn hele leven verder. Achteraf gezien is dat perfect verklaarbaar: door die ‘ziektes’ moest ik thuis blijven, moest ik alleen zijn en dat is wat mijn lijf en ziel nodig hebben om te kunnen overleven. Omdat ik het met mijn hoofd niet kon besluiten, leek het wel alsof mijn lichaam de teugels overnam in zulke situaties.

Ook later, toen ik al lang en breed volwassen was, bleef mijn lijf me tegen mezelf beschermen, alleen kon ik lang niet altijd de signalen lezen. Zo kreeg ik altijd migraine net na een belangrijke deadline. Zodra de deadline voor mijn werk was behaald, kwam de man met de migrainehamer en maakte een eind aan alles wat ik had gepland. “Jij wilde lekker even shoppen om jezelf te belonen voor die deadline? Jammer joh, ik stuur je naar een verduisterde kamer om tot rust te komen.”

Ooit woonde ik samen, en na een half jaar was ik eigenlijk voortdurend ziek. Ik kreeg griep, ik kreeg netelroos, het haar van mijn wenkbrauw viel uit (heel stom gezicht is dat). Ik ging naar de dokter. Hij zei: “Ik denk dat het stress is.” Ik sputterde tegen, ik had helemaal geen stress, het leven was fantastisch: ik had een leuke vent, ik had een gezinsleven, ik had het voor elkaar! Achteraf moet ik daar wel om lachen: ik had nog nooit zo veel stress in mijn leven gehad, maar ik wist niet dat dát stress was, dat samenleven, de hele tijd rekening houden met iemand. Het heeft ongeveer twee jaar geduurd voordat ik lichamelijk was hersteld na die relatie, voordat ik die stress weer uit mijn lijf had gewerkt. Wat liefde en geborgenheid is voor de een, is stress en slopend voor de ander (vooral als die ander – ik – autistisch is en zich dus in het bijzijn van anderen steeds moet aanpassen).

Tegenwoordig heb ik minder lichamelijke ongemakken, omdat ik veel beter snap wat goed voor me is, en ik dus zelf zorg voor mijn rust. ‘Kluizenaarsweekendjes’ noem ik dat. Dan wil ik niks en niemand zien, dan wil ik gewoon op de bank liggen en geen contact. Aan het einde van zo’n weekend begin ik me te vervelen, en dan weet ik dat ik ben bijgetankt. Komend weekend is het weer zover: morgenvroeg zorg ik dat ik alles in huis heb om te overleven, en dat ik het huis heb gepoetst, en dan mag ik lekker, zalig alleen zijn. 21762890_10214979941357790_8250646751996251141_o

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Openheid: wat deel ik wel, wat deel ik niet?

Gisteren vroeg een vriendin op Facebook aan haar lezers/vrienden wat zij nou wel en niet deelden, op social media, in schrijfsels, in publicaties. Die vraag sloot aan bij de publicatie, achter een slotje, van mijn vorige blog, Times are a-changing, omdat ik daarin een beetje spreek over de familieperikelen van de afgelopen tijd. Hierover ontstond op mijn FB-pagina ook een interessante discussie over openheid: wat vertel je wel en niet, en waarom wel of niet?

Openheid versus discretie, ik vind het best ingewikkeld. Als kind deed ik, buiten ons gezin, eigenlijk nauwelijks mijn mond open. Ik geloof dat ik op de lagere school niet echt veel heb gezegd, tenzij er een directe vraag werd gesteld. Gewoon omdat school op zich al moeilijk genoeg was, met de hele dag andere mensen om me heen, en sociale eisen die er aan me werden gesteld. Praten was ingewikkeld, en bovendien, dan gingen mensen terug praten en dat wilde ik al helemaal niet! Iedereen mond dicht, ikke blij. Maar dat ik niks zei, betekende niet dat ik niet gehoord wilde worden. In tegendeel: ik wilde juist heel graag gehoord, gezien en begrepen worden. Maar als klein kind had ik daar de woorden niet voor, dus zei ik maar niets. (Thuis wel hoor, daar was ik dat kind met de grote mond…)

En ook nu, nu ik groot ben, heb ik vocaal niet altijd de juiste woorden. Maar ik heb ze gelukkig wel kunnen ontgrendelen in mijn schrijfsels. Schrijven, ik kan nauwelijks omschrijven hoe belangrijk het voor me is. Het is een uitlaatklep, zeker, maar ook een manier om aandacht te krijgen, op een doorgaans positieve en door mijzelf geregisseerde manier. Ik wil zo graag dat mensen weten wie ik ben, wat mij beweegt, waarom ik de dingen doe zoals ik ze doe. En als mooie bijkomstigheid leer ik anderen kennen die zich in mijn stukjes herkennen, en die daar dan weer dingen uithalen, en op hun beurt zichzelf daardoor beter leren kennen.

Het onderwerp discretie staat ook beschreven in diverse publicaties over Asperger en autisme. Als Asperger heb ik moeite om ‘tussen de regels door te lezen’, om intuïtief aan te voelen wat wel aanvaardbaar is en wat niet. Omdat dat niet vanzelf gaat, het is geen natuurlijk inwendig proces, heb ik twee ‘standen’: ófwel ik vertel ALLES. En ja, ik vertel dus aan wildvreemden de meest intieme details over mijn leven. Ofwel ik vertel NIKS en dan ben ik zo bleu als de pest. Dan vind ik alles gênant en ‘too much information’.

Mijn publicatiegedrag is dus een aangeleerd trucje. Het moeilijkste is weten waar de grens ligt: wat kan ik wél vertellen, en waarover moet ik mijn mond dichthouden? Die grens is voor iedereen verschillend, maar er zijn toch wat algemeen geldende fatsoensregels, geloof ik. Seks is zo’n onderwerp, daar moet je meestal vrij voorzichtig mee omgaan. Nou doe ik zelf niet aan seks, dus loop ik weinig risico dat ik die grens overschrijd, maar toch, toen ik mijn blogje schreef over dat ik geen seks meer had, kwam daar toch wat kritiek op (“zou je dat nou wel allemaal aan de wereld verkondigen?”, “Is dat wel slim?”, “Wat als klanten jouw stukjes lezen, wat moeten ze wel niet van je denken?”), terwijl ik dus niet inzag dat ik daar discreet over zou moeten doen. Hetzelfde met mijn ooglidcorrectie: ik post dat gewoon allemaal op social media, inclusief foto’s van blauwe plekken en pleisters. Zo van “Joehoe, zien jullie mij?” En dan ben ik erg verbaasd dat mensen me prijzen om mijn openheid en openhartigheid. Want ik heb niet eens in de gaten dat ik daarover discreet zou kunnen en moeten zijn.

De andere grens is ‘privacy van anderen’. Ook hier heb ik wat dingen moeten aanleren. Ik heb geleerd dat ik mezelf bewust moet afvragen of datgene wat ik schrijf de andere mensen in mijn leven kwaad kan doen? Wordt hun privacy hierdoor aangetast, dan moet ik het maar niet publiceren. Mijn moeder, zusje en nichtje hebben allemaal wel eens gedacht “goh Nous, was dat nou nodig, onze beslommeringen zo op het internet te slingeren?” maar over het algemeen zijn ze het wel eens met mijn publicaties. Maar ik heb ook wel eens blogs achter slotjes gezet, zodat ik het wel aan mijn naaste vrienden kon laten lezen, maar toch de privacy van dierbaren niet helemaal blootgaf. Ik heb wel eens verhalen over vriendinnen geschreven en dan zeiden die vriendinnen “nou nee, ik heb liever niet dat je dit publiceert.” En dan deed ik dat niet, hoewel ik dat vervelend vond…had ik een (in mijn eigen ogen) briljant stukje geschreven, lag het hier thuis in de digitale la te verpieteren! Maar goed, ik doe dus wel aan zelfcensuur: sommige dingen vertel ik niet, of publiceer ik niet. Maar dat vind ik wel ontzettend moeilijk. Ik wil zo graag mijn verhaal vertellen, elke in en elke out van mijn leven met mensen delen. Ik vermoed dat die drang echt van vroeger komt, zoals ik al eerder zei: ik wil gehoord worden. Maar vooral ook begrepen.

En dan zijn er tot slot ook nog onderwerpen waarover ik niet KAN schrijven. Niet omdat ik rekening moet houden met anderen, of met mezelf, maar gewoon omdat ik voor die onderwerpen nog geen woorden heb gevonden. Dit zijn de diepe onderwerpen, bepaalde interpersoonlijke relaties en dingen waarover ik ook niet goed kan praten met mijn naasten, onderwerpen die geblokkeerd zitten. Ik hoop dat ik, naarmate mijn ontwikkeling als mens vordert, ook die onderwerpen kan beschrijven. Tot die tijd blijf ik het internet lekker vullen (vervuilen?) met mijn korte stukjes over mijn leven, mijn autisme en mijn werk als vertaler. Waar misschien geen mens op zit te wachten, maar dat maakt mij dan weer niks uit, als ik het maar kan schrijven!

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Protected: The times, they are a-changing…

This content is password protected. To view it please enter your password below:

Posted in Uncategorized

Op vakantie

Voor de vierde keer ging ik vorige week met Mona (mijn caravan) op vakantie. En voor de vierde keer ben ik vroegtijdig afgehaakt. (Andere keren ging ik ook tussendoor naar huis). Het was voor niemand (nou ja, mischien voor mezelf dan wel) een verrassing. Maar waarom heb ik dat toch steeds, dat ik terug naar huis ga? Is het heimwee? Ik geloof het niet. Maar wat dan?

Ten eerste heb ik iets ontdekt: ik ben die eerste dag, als ik de voortent of luifel op aan het zetten ben, de watertanks aan het vullen ben, de caravan opnieuw indeel, uitermate gelukkig. Ik ben echt ‘aan het spelen met mijn speelgoed’, zoals ik dat vroeger ook deed met mijn barbies. Ik word intens blij van het spelen met het gaspitje, het bakken van een eitje. Het uitstallen van mijn verzamelde jaren-70 kampeerspullen. En van het drinken van wijntjes en het eten van Franse kaasjes met mijn kampeervriendinnen, zo ‘s avonds in het avondgloren.

De volgende dag sta ik om zes uur op, hondjes aan de riem en wandelen maar. Opnieuw volmaakt gelukkig. Ik kom terug bij de caravan, uitgeput van een lange wandeling na een korte nacht. Ontbijtje maken, rommeltjes opruimen, en dan ben ik klaar. Een normaal mens zou zeggen: Nou kan de vakantie écht beginnen. Maar nee, ik ben dan gewoon klaar. Klaar met de camping (waar de mensen langzaam uit hun tenten gekropen komen, waar de eerste luidruchtige kinderen al beginnen met rennen en joelen), klaar met niksdoen. Bij heel mooi weer kan ik nog wel even op mijn campingbedje in de zon gaan liggen met een boekje, maar ook dat duurt nooit langer dan een half uur. Ik ben zo vreselijk onrustig! Ik zou het liefst meteen na het ontbijt mijn spullen inpakken en verder trekken. Maar ja, dat is dus best lastig met een caravan. Pootjes opdraaien, luifel afbreken, etc. Toevallig sprak ik gisteren mijn campingbuurman. Ik vertelde mijn verhaal, en hij herkende zich er helemaal in. Hij zei “Ik wil elke dag gewoon naar huis, afbreken en klaar. Het opzetten, het organiseren, dat vind ik leuk, maar als alles staat, dan is het af en kunnen we wat mij betreft weer weg.” Ik was dan ook niet verbaasd dat deze man even later in het gesprek zei “Oh, heb jij Asperger, wat grappig, dat hebben wij allemaal ook…”

Ik ben dus tot de conclusie gekomen dat kamperen op deze manier gewoon niet mijn ding is. Maar wát is dan wél mijn ding? Ik denk dat ik eruit ben: ik wil een campertje kopen en daarmee op pad. In het begin even in de buurt, maar met de optie om ook verder van huis te kunnen, richting Frankrijk en Spanje. Gewoon, ergens naartoe rijden, camper neerzetten, beetje installeren, hondjes aan de lijn, wandelen, ‘s avonds een wijntje onder de luifel, even kletsen met toevallige voorbijgangers en dan de volgende dag na wederom een wandeling weer verder, naar de volgende standplaats. Het reizen zelf als doel, niet de bestemming. Dat klinkt misschien raar, voor iemand die echt na tien minuten in een auto wagenziek wordt, maar toch, dat is wat ik wil.

Dus… niet langer met Mona op pad, maar wel op zoek naar een Mona-in-campervorm. Een niet al te dure, betrouwbare, enigszins op leeftijd zijnde 3-4 persoons alkoofcamper. En dan maar rijden. Wordt vervolgd.

Posted in Uncategorized | 3 Comments

Vertaler, een ideaal beroep voor mensen met een autismespectrumstoornis?

(Disclaimer: ik probeer mijn verhalen altijd geschikt te maken voor iedereen op het autismespectrum, maar ik besef dat ik toch vooral vertel over hoe het voor mijzelf is, met mijn diagnose Asperger (nu dus autismespectrumstoornis in de nieuwe DSM-5). Het spectrum is zó breed en elke autist is weer anders, maar ik hoop dat je, als autistische lezer, toch iets waardevols uit mijn blog kunt halen.)

Inleiding
Vroeger, toen ik op de middelbare school zat, kreeg je periodiek een zogenaamde ‘beroepskeuzetest’. De eerste als je 12 bent, en daarna nog een paar keer. Ik weet niks meer van de inhoud van die tests, maar ik weet dat er bij mij steevast ‘tolk/vertaler’ als eerste optie uit naar voren kwam. Toch was dat niet meteen de eerste studie waar ik aan begon. Toen ik klaar was met de middelbare school (zie mijn vorige blogs op http://www.aspienouschka.wordpress.com), was ik bij lange na nog niet volwassen, en ik heb een aantal jaren echt maar wat aan geklooid. Eigenlijk was dat wel verstandig (niet financieel, maar wel voor mijn persoonlijke groei), want toen ik dus op mijn 23ste echt ging studeren aan de Vertaalacademie (toen nog de Opleiding Tolk Vertaler) in Maastricht, was ik volwassen en kon ik me toeleggen op de studie.

Nu, twintig jaar na mijn afstuderen, besef ik eigenlijk pas hoé geschikt deze studie en het leven als vertaler voor mij, als iemand met ASS (autismespectrumstoornis), is. Ik hoor collega’s wel eens klagen, dat ze, nu ze freelancer zijn, toch écht het contact met hun collega’s missen, het dagelijkse samen werken met anderen. Nou, daar kan ik me dus echt helemaal niks bij voorstellen! Ik zou gék worden op een kantoor met anderen. Ik kan al niet werken als ik de klok hoor tikken, laat staan dat ik het getyp, of nog erger, het gepraat, van anderen zou horen. Nee, dit leven is echt ideaal voor mij.

 

Op onderzoek uit
Als actief deelnemer aan de Vertalerskoffiehoek, een groep voor vertalers (en vertalers in opleiding) op Facebook, kreeg ik steeds vaker het idee dat ik niet de enige vertaler met ASS was. En, nieuwsgierig als ik ben, besloot ik op onderzoek uit te gaan: wat heeft deze vertalers met ASS ertoe gebracht om vertaler te worden? Was dat een bewuste keuze? Wat zijn de voor- en nadelen van hun ASS? Daarnaast was ik ook benieuwd naar de insteek van de VAC (Vertaalacademie) bij het opleiden van vertalers met ASS: wat zijn de knelpunten van studenten met ASS op de VAC?

Uit mijn korte onderzoek bleek dat niet alle vertalers heel erg bewust vertaler zijn geworden. Een aantal had inderdaad de opleiding aan de VAC of ITV gedaan, anderen hadden een taal gestudeerd, weer anderen kwamen uit het bedrijfsleven en zijn omgeschoold. Allemaal hadden ze wel al van jongs af aan een echt taalgevoel, en ze hebben daar bijna altijd wat mee gedaan, direct of indirect gerelateerd aan hun werk. De meeste mensen die reageerden op mijn oproep waren al wat ouder en hadden ook op latere leeftijd pas een ASS-diagnose gekregen (of hadden een sterk vermoeden dat ze ASS hadden, omdat ze veel herkenden van hun kind met ASS).

Problemen ondervinden
Ik vroeg de ondervraagden tegen welke problemen ze waren aangelopen tijdens hun studie. Die antwoorden liepen uiteen, maar op nummer één stond toch steeds het sociale aspect: aansluiting vinden bij medestudenten, gepest worden, vroegtijdige uitval omdat de werkdruk te groot was. Eén van de respondenten vertelde me dat ze vooral behoefte had aan duidelijkheid en inkadering, concretisering van beoordelingen en feedback, en dat dat aspect vaak ontbrak, wat zorgde voor extra spanning en stress. Die behoefte aan duidelijkheid werd onderschreven door een van de docenten van de VAC die ik naar zijn ervaringen met leerlingen met ASS vroeg. Leerlingen kunnen die behoefte aan duidelijkheid vaak op verschillende manieren uiten: de ene leerling stelt onophoudelijk vragen in de les, de ander meldt zich na de les, omdat hij of zij liever niet de aandacht vestigt op de behoefte om meer informatie te vergaren.

Een ander onderdeel waar de vertalers aangaven dat ze last van hadden gehad tijdens hun studie was hun perfectionisme. Hoewel zoiets ook een heel goede kant van autisme kan zijn, kan het er ook voor zorgen dat je als perfectionist verzandt in je eigen werk en er nooit een einde aan komt. Het is nooit goed genoeg. Ook dat gaf de ondervraagde docent aan: het doseren van dat perfectionisme is wel een moeilijk aspect.

Zelf liep ik niet zozeer aan tegen problemen in de studie, maar wel in de dingen rondom het studentenleven: op kamers wonen, in mijn vrije tijd omgaan met medestudenten, zelfstandig worden. Ik had het toen niet in de gaten, maar omdat ik tijdens mijn studie in Maastricht gewoon thuis ben blijven wonen, in Eindhoven, lukte het me dankzij de dagelijkse structuur om toch door te zetten. Ik hoefde niet alle verschillende bordjes in de lucht te houden: ik had een hele stabiele basis thuis, in Eindhoven, en in Maastricht studeerde ik. Die scheiding (en dus ook mijn onttrekking aan het studentenleven) zorgde ervoor dat ik gedisciplineerd en ongestoord kon studeren.

In het derde jaar van de VAC is de buitenlandstage: alle studenten moeten een half jaar werken of studeren en wonen in het land van hun vreemde taal. Omdat ik al vroeg aanvoelde dat ik niet geschikt was voor het werken op een vreemd kantoor, besloot ik voor een studiestage te gaan. Om nou te zeggen “time of my life”, nee, niet echt. Ik vond het vreselijk, maar ik ben dan ook een notoire kluizenaar. Maar leerzaam was het wel, in een echte campusflat met 10 verschillende mensen van 8 verschillende nationaliteiten leren wonen. Ik was doorlopend overprikkeld, maar ik heb het overleefd, en de studie was enorm leerzaam, dus dat hield me op de been.

In het laatste jaar was het tijd voor praktijkervaring. Hier keek ik enorm tegenop: hoe moet ik in hemelsnaam bij een bedrijf gaan werken? In die tijd had ik vrijwel doorlopend migraine, en ik zag even niet hoe ik voldoende werkdagen zou kunnen maken. Gelukkig bood mijn werkmentor (ik had inmiddels al mijn eigen bedrijf opgericht en werkte als eenmansbedrijfje voor een communicatiespecialist) aan om als stagebegeleider te fungeren, en dus kon ik binnen mijn eigen onderneming aan de slag. Achteraf gezien ben ik soms wel een beetje trots op de manier waarop ik toch steeds weer een oplossing wist te bedenken voor mijn beperkingen. Bedenk wel, ik wist helemaal niet dat ik een autismespectrumstoornis had in die tijd, ik dacht gewoon dat ik ‘een beetje gevoeliger en lastiger’ dan andere mensen was. Ook dat hard werken om methodes te ontwikkelen waarmee je je tekorten weet te compenseren is iets dat als herkenbaar kenmerk wordt benoemd door mensen uit het onderwijs die werken met studenten met ASS.

Voordelen van een autismespectrumstoornis als vertaler
Maar het is natuurlijk niet alleen maar moeilijk en zwaar, als autist in deze wereld. Daarom vroeg ik mijn collega’s: zijn er dingen die horen bij je autisme, die je juist voordeel opleveren bij het vertalen? Daar konden ze allemaal bevestigend op antwoorden. Stuk voor stuk noemden ze hun streven naar perfectie, of bijna-perfectie, als een voordeel: ze zijn niet gauw tevreden, zoeken voortdurend naar verbetering van hun werk.

Autisten, en vooral autistische vertalers, hebben vaak een bijzonder oog voor detail, en kunnen gefocust werken. Bovendien zijn ze zeer goed in staat alleen te werken zonder contact met anderen, en zorgen velen van hen voor eigen structuur en planning. En door hun analytische brein vinden ze vaak taken die anderen ‘saai’ vinden, juist een uitdaging. Ze zijn vaak consistent (dat is bij vertalen enorm belangrijk, bij het gebruik van vakspecialistische terminologie), en hebben vaak een heel goed concentratievermogen.

Eerder roemde ik al het taalgevoel van mijn collega’s, waardoor het mogelijk is om zelfs in talen die niet je eigen taal zijn, fouten te ontdekken en subtiele nuances te begrijpen. Vaak hebben vertalers met ASS dit al van jongs af aan; ik weet nog hoe ik als kind als een soort van ‘speciaal talent’ tijdens familiefeestjes zinnetjes moest vertalen. “Kijk nou eens wat onze Nous allemaal kan in het Engels/Spaans/Frans…” (Oh dat vond ik toch erg, als een of ander aapje tentoongesteld worden voor de familie, maar goed, het illustreert wel dat ik als kind al zo bezig was met taal.)

Een ander voordeel is de plichtsgetrouwheid van een vertaler met ASS: het zijn mannen en vrouwen van hun woord. Afspraak is afspraak. Hierdoor zijn ze vaak hele goede partners, voor zowel klanten als collega’s. Het kan ze soms ook een beetje stug maken, en betweterig, maar als ik naar mezelf kijk, komt het altijd uit een goed hart: ik doe dingen graag volgens de regels. Dat geldt niet alleen voor de regels van de taal, maar ook voor bepaalde sociale regels, en bijvoorbeeld verkeersregels. Het zorgt er ook voor dat ik dus echt heel goed ben met deadlines: een deadline is voor mij alsof hij in de heilige tabletten van Mozes staat gekrast: ik hou me eraan, hoe moeilijk dat het leven soms maakt. Toch heb ik in de loop der jaren geleerd dat ik soms best mag onderhandelen over deadlines en afspraken met mijn klanten. Meestal is de andere partij lang niet zo streng en onbuigzaam als ikzelf!

Moeilijke elementen
Een andere vraag die ik stelde: op welke punten is je autisme een belemmering of beperking bij het vak van vertaler? Zelf heb ik wat moeite met bankzaken; ik weet niet goed hoe het is ontstaan, maar ik heb een jaar of vier echt een fobie voor telebankieren gehad, en in die tijd deed mijn zus mijn bankzaken, samen met de boekhoudster. Dat was ingewikkeld, want ik ben wel een enorme controlefreak, dus ik wilde wel alles dirigeren, maar dan niet zelf die bankzaken daadwerkelijk doen. Gelukkig is dat probleem sinds een tijdje redelijk verholpen, dankzij gepaste therapie.

Andere collega’s gaven aan dat ze soms moeite hadden met structuur, dat ze zich soms zo konden verliezen in het werk dat alles eromheen niet meer werd gedaan. Ik heb een collega die maar met moeite kan factureren. De administratieve kant van het verhaal is soms ingewikkeld, maar gelukkig zijn daar ook oplossingen voor: je kunt bijna alles uitbesteden tegenwoordig.

Bijna allemaal geven de autistische collega’s aan dat de sociale kant lastig is. Dat was bij mezelf ook het geval, en toen het een tijdje wat minder ging, zakelijk, vond ik dat de grootste drempel: netwerken! En niet het netwerken zelf: ik klets met gemak tegen wildvreemden! Maar het kostte wel enorm veel energie, en als ik dan de volgende dag weer aan het werk moest, vond ik het zo raar dat ik niks gedaan kreeg, maar het was eigenlijk heel logisch: al mijn energie was opgeslokt door het netwerkevent van de dag daarvoor. Daarom heb ik geleerd dat je die netwerkdingen heel goed moet plannen, en niet moet denken ‘oh dat doe ik er tussendoor’. Voor netwerken, goed netwerken, moet je tijd vrijmaken. Je moet het leren, en je moet het ook echt doen. Ook daarbij kun je overigens hulp vragen van anderen hoor, er zijn cursussen voor en je kunt ook vragen aan bevriende ondernemers of zij je onder hun vleugel willen nemen.

Een andere belemmering is soms het gebrek aan zelfvertrouwen. Daar waar sommige vertalers met autisme echt duidelijk de zogenaamde ‘Asperger Arrogance’ hebben (een punt dat op zich ook wel belemmerend kan werken, omdat het vaak ook betekent dat je dan kritiek niet accepteert), hebben anderen een zeer laag zelfbeeld, vaak door jaren van pesterijen, waardoor ze niet goed om kunnen gaan met kritiek en/of feedback. Bij sommige collega’s is hun gebrek aan zelfvertrouwen minder geworden in de loop der jaren omdat ze zich steeds vertrouwder zijn gaan voelen in hun vak; bij anderen heeft therapie of training geholpen om ze wat sterker, weerbaarder te maken.

De vraag over belemmering werd door een andere collega beantwoord met het feit dat ze soms moeite heeft om haar gezin en haar werk te balanceren. Daar heb ik zelf ook al eerder over geblogd: https://aspienouschka.wordpress.com/2015/04/25/three-options-pick-two/. Het is moeilijk om nee te zeggen tegen klanten, maar je hebt ook anderen die van jou afhankelijk zijn en tijd met je willen doorbrengen als je een gezin hebt. Overprikkeling ligt dan voortdurend op de loer.

Het contact met de klant (directe klanten of vertaalbureaus) kan ook voor problemen zorgen. Meestal zijn autisten erg gesteld op directe communicatie, zonder verborgen boodschappen. Ze hebben zelf ook de neiging om zo te communiceren, maar dat wordt niet altijd goed opgevat. Telefoneren is vaak moeilijk, en het liefst gaat het contact per mail. Ik heb daar zelf ook mee geworsteld, maar het mezelf aangeleerd dat sommige dingen nou eenmaal moeten, ook al vind ik het niet fijn. De telefoon niet opnemen zou zakelijk gezien niet verstandig zijn, en ik wil nou eenmaal heel graag zakelijk succesvol zijn, en dus moet ik die telefoon opnemen. Hierbij komt mijn eenmalige training voor een callcenter (uit een tijd dat ik een zomerbaantje had) goed van pas: ik weet dus goed hoe het moet, ook al doe ik het liever niet.

Hoewel ik zelf enorm goed ben in plannen, weet ik dat ook dat voor veel autisten een ‘dingetje’ kan zijn: door de chaos in hun hoofd lukt het soms niet om een strakke planning te hanteren. Zelf lukt me dat wel, maar dat komt omdat ik heel streng ben voor mezelf; ik ben waarschijnlijk een veel strengere baas voor mezelf dan een buitenstaander ooit zou kunnen zijn geweest. Succesvol ondernemen valt en staat bij je eigen inzet. Omdat ik mijn doel duidelijk voor ogen heb, weet ik wat ik moet doen om succes te behalen. En daar hoort die strakke planning bij. Maak ik geen planning, dan verzand ik in inertie, dan komt er nauwelijks meer iets uit mijn handen. Daarom ben ik ook niet goed in vakantie vieren, dan laat ik de teugels los, en dan weet ik vaak niet meer wat ik moet doen. Dus vind ik het fijner om elke dag gewoon volgens hetzelfde ritme te leven. Dat klinkt misschien saai, maar voor mij werkt het!

Bijna klaar!
Als je al tot hier hebt gelezen: bravo! Het werd een langer artikel dat ik zelf had gedacht, maar ik vond alle punten wel belangrijk om te benoemen. Als laatste vraag in mijn vragenlijst voor collega’s vroeg ik wat zij beginnende vertalers, vers van de opleiding, zouden willen adviseren. Zijn er punten waar jonge vertalers met ASS op moeten letten, zijn er specifieke valkuilen?

Advies voor nieuwe vertalers
Het belangrijkste advies is wel: zorg dat je het vak écht leuk vindt. Of je nou een vertaalopleiding hebt gedaan, of via een alternatieve route bij het vertaalvak bent uitgekomen: als taal niet echt je passie is, dan wordt het moeilijk om je er professioneel mee bezig te houden. Er gaan echt opdrachten komen die supersaai en stom zijn, of zo moeilijk dat je bijna moet janken van frustratie, maar in mijn eigen geval was de liefde voor taal altijd zo groot dat ik juist verdrietig werd bij het idee dat ik géén vertaler zou zijn. Als je alleen maar vertaler wilt worden omdat je thuis wilt werken, dan zal dat misschien niet genoeg drijfveer zijn om het vol te houden.

Een volgend advies: na je studie ben je wellicht al vertaler, maar nog geen ondernemer. Zorg dat je ook op dat vlak voldoende leert. Er zijn bij de Kamer van Koophandel cursussen voor beginnende ondernemers, maar ook andere instituten bieden training/scholing op dat gebied aan.

Sluit je aan bij vertalersgroepen. Je hoeft het wiel niet zelf uit te vinden, er zijn genoeg groepen, online en IRL, waar je informatie kunt krijgen als je vertaalvraagstukken hebt of als je hulp nodig hebt bij de zakelijke kant van het vertaalvak. (Als beheerder raad ik zelf natuurlijk lidmaatschap van ‘Vertalerskoffiehoek’ van harte aan, maar ook hebben de vertaalopleidingen hun eigen groepen.)

Leer waar je sterke en zwakke punten liggen. Ben je enorm op details gericht maar kun je niet goed tegen kritiek (feedback), dan is het vak van corrector/revisor misschien meer iets voor jou, omdat je hierbij de feedback levert en niet hoeft om te gaan met kritiek over jouw ‘vertaalcreatie’. Luister naar je gevoel: jij bent degene die het werk moet leveren, dus als een opdracht niet goed voelt, neem hem dan niet aan. Als je slecht tegen krappe deadlines kunt, richt je dan op vertaalwerk met een langere deadline; meestal hebben boekvertalingen een deadline van een paar maanden, terwijl juridische vertalingen vaak binnen een hele korte tijd moeten worden geleverd. Kun je slecht tegen tijdsdruk, dan is dat laatste dus niet echt jouw tak van sport, bij wijze van spreken.

Zorg voor een fijn netwerk: mensen die je vertrouwt, die jou begrijpen en die je respecteren voor wie je bent. Zelf heb ik in het begin een mentor gehad: een opdrachtgever met veel geduld, die mij stap voor stap wegwijs heeft gemaakt in het vertaalvak en in de zakenwereld. Hij was streng en corrigeerde rigoureus mijn vertalingen met zijn groene pen, maar wat heb ik veel van die man geleerd!

Zorg ook dat je een goede balans tussen werk en privéleven weet te creëren. Veel mensen met ASS hebben de neiging om maar op één ding te focussen, maar een balans is belangrijk. Zelf was ik tien jaar aan het werk voordat ik in de gaten kreeg dat ik beter elk weekend vrij kon nemen. Ik ging pas na zes jaar voor het eerst een keer op vakantie. Ik was vergroeid met mijn bedrijf en kon maar moeilijk afscheid nemen. Dat heeft ook meteen geleid tot de eerste burn-out (of overspannen, zoals we dat toen nog noemden), want de boog kan echt niet altijd gespannen staan. Ook hier blogde ik al eerder over: https://jouwvertaler.wordpress.com/2017/04/14/altijd-maar-doorbijten/.

Vertaler ook jouw vak?
Ben je eruit, word je vertaler? Maak een lijst met je voordelen, dingen die jou onderscheiden van je collega’s: ben je uitermate detailgericht, extreem betrouwbaar, bijzonder goed in het vertalen van teksten waar anderen het geduld niet voor hebben maar jij een bijzondere interesse voor hebt? Zorg ervoor dat je dát kenbaar maakt, aan eventuele werkgevers of opdrachtgevers.

Maak daarnaast voor jezelf een lijst met dingen die jij belangrijk vindt: bijvoorbeeld duidelijke inkadering van werkopdrachten, weinig werkdruk/stress, tijd om bij te komen na overprikkeling of om te schakelen tussen opdrachten, ruimte om je terug te trekken. En bekijk aan de hand van deze lijsten welke werksituatie het beste past bij jou. Wil je werken op een vertaalbureau, maar kun je niet werken te midden van anderen? Maak dit dan kenbaar, en vertel erbij wat je wél kunt (bijvoorbeeld dat je wel kunt werken als je maar je noise-cancelling headphones de hele dag op mag hebben, of als je apart mag zitten in een andere ruimte). Wil je werken als freelancer, gewoon thuis? Ga dan bij jezelf te rade of je dat kunt: elke dag afspraken nakomen, zonder de druk van een baas? Omgaan met de onzekerheid van het freelance-bestaan, want soms heb je geen opdrachten en wat doe je dan? Raak je dan in paniek omdat je geen inkomen hebt? Dat zijn punten waar je goed over na moet denken. En informatie over moet inwinnen. Stel hierover gerust vragen aan ervaren vertalers.

Hopelijk heb ik de lezer met dit artikel wat meer inzichten gegeven. Mocht je nou nog vragen hebben over het vak van vertaler en het werken/ondernemen met ASS, stuur me dan gerust een bericht via info@proactive-translations.nl . Ik kan niet garanderen dat ik meteen reageer of dat ik een pasklaar antwoord heb, maar ik doe altijd mijn best! Over ondernemen met autisme schreef ik eerder al dit blogartikel: https://aspienouschka.wordpress.com/2017/02/09/autist-en-ondernemer/

Ik wil graag mijn collega’s bedanken die hebben bijgedragen aan dit artikel. Omdat niet iedereen ‘aut and proud’ is, heb ik mijn best gedaan om hun anonimiteit te garanderen. Daarnaast wil ik ook de andere bijdragers uit het werkveld en vanuit de opleiding bedanken. Samen hebben we mensen toch weer een beetje bewuster gemaakt over het vak van vertaler, het autismespectrum en autisten/mensen met autisme.

Posted in Uncategorized | Leave a comment