De bouwput bij de buren: overprikkeling en verandering

Na ongeveer twintig jaar overleg werd vorig jaar dan eindelijk begonnen met de sloop van het bedrijventerrein achter mijn huis. Er komt een fantastisch mooie woonwijk te staan (zie Joriskwartier). Maar voordat het zo ver is, moet er eerst gebouwd worden.

Eerst werd er gesloopt, maar op een of andere manier zit slopen in mijn genen en vond ik die fase alleen maar machtig interessant. Maar nu wordt er dus gebouwd. En ik hoor de hele dag piepjes (van een digitale waterpasmeter), klopgeluiden en veel machinaal geweld (er was al een ‘hele-diepe-gatenboormachine’ en een ‘we-gieten-betonnen-vloertjesmachine’ en vandaag is de ‘we-boren-gaten-in-de-nieuwe-vloeren-machine’ aan de slag). En daarboven uit hoor je de godganse dag de radio die echt op standje ‘laatste uurtje op een festival’ staat. En ik ben al mijn hele leven extreem gevoelig voor geluiden. Dit is dus een recept voor een meltdown.

bouwproject

Uitzicht vanuit mijn kantoor

Ik meldde dat al een paar keer op Facebook en Twitter, en dan krijg ik echt hele lieve adviezen: ik kan naar Seats2Meet, ik kan kiezen voor een werkplek bij het Parktheater, of zelfs werken bij mensen thuis. Echt heel erg lief bedoeld. Maar daar zit ook tegelijkertijd het probleem: het is niet dat ik niet ergens anders wil werken; het kan gewoon niet. En niet in de zin van “Nous, gewoon even de schouders eronder, effe doorbijten, kun je best”. Nee, ik kan gewoon echt niet ergens werken waar ik niet alleen ben, waar de ruimte niet van mij is, waar ik niet onbespied kan werken. En ik kan niet omgaan met de veranderingen die een tijdelijke werkplek oplevert. Ik wist dit al toen ik een tiener was en het plan bedacht om voor mezelf thuis te gaan werken.

Als ik erover klaag, vind ik mezelf echt zo’n ontzettend zeikwijf, maar tegelijkertijd snap ik precies wat er in mijn hoofd gebeurt: er is een soort denk-lus waaruit ik niet los kan komen, er is onrust omdat ik niet weet hoe lang het gaat duren; er is overprikkeling door het constante geluid; en er is paniek omdat ik niet mijn werk kan doen zoals ik het voor ogen heb. Ik heb mijn weekenden nu harder dan ooit nodig om totaal tot rust te komen, waardoor dus ook mijn sociale activiteiten (en die heb ik al niet heel erg veel) tot een absoluut minimum zijn teruggebracht. Als na vier uur ‘s middags de werkzaamheden stoppen, kan ik eigenlijk pas beginnen met werken, en mijn werk begint achter te raken, puur door alle stress.

Ik voel het ook aan alles, ik ben weer vaker moe, ik ben weer vaker neerslachtig, ik ben als de dood dat dit de opmaat voor een nieuwe depressie gaat zijn, en daar kan ik echt niks mee; zeker nu alles zakelijk zo goed loopt, wil ik dat per se voorkomen. Maar ik kom er op dit moment zelf even niet uit.

Wat ik zelf kan bedenken, tot nu toe, is de aanschaf van een camper, zodat ik ‘s morgens richting de bossen vertrek en aan het einde van de middag terug kom. Maar dan zit ik met Wifi: hoe kom ik in de bossen aan goede Wifi (want daar ben ik voor mijn werk heel erg afhankelijk van). En bovendien is dit financieel wel een beetje een ingrijpende oplossing.

Een andere optie is om mijn caravan Mona te parkeren op de camping. Maar ook dat is niet ideaal: Mona is erg klein en als het warm is, drijf je naar buiten van de hitte. Dat is niet alleen voor mij niet te doen, maar ook voor de hondjes. Daarnaast krijg ik enorme last van mijn rug als ik in Mona zit te werken. En bovendien is een maandplaats op een camping ook al gauw net zo duur als de huur van een kantoor. En dan word ik ook onrustig, want ik weet dat Mona na een tijdje ook weer naar de stalling moet. Ja, die beren op de weg, ik zie heus wel dat ik die daar zelf neerzet. Maar ja, zo werkt mijn hoofd.

Dus tja, wat te doen? Ik schreef dit blog vooral om het van me af te schrijven. Er is even geen oplossing, het kan even niet anders. Ik schreef het ook om te laten zien dat het leven niet allemaal ‘joepie ik ben autistisch’ is. De nadelen van autisme zijn vaak niet goed te zien, en daarom niet goed te begrijpen. En dus schrijf ik erover…ter leering ende vermaeck.

 

 

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Pesten en Asperger

(Vertaling van mijn blog uit maart 2014, Bullying and the Asperger Child)

Pesten en het Asperger-kind

Als mensen me vragen naar mijn kindertijd, dan komt er altijd een punt waarop ik vertel dat ik op school ben gepest. Dat is eigenlijk wat ik me het beste kon herinneren van de lagere school: gepest worden. Ik herinnerde me niet zozeer een specifiek incident, maar eerder een algeheel gevoel van gepest worden en bang zijn. Ik herinner me ook nog heel goed dat ik per se niet naar de middelbare school wilde waar het merendeel van mijn klasgenootjes van de lagere school naartoe ging. Ik ging naar een middelbare school in een andere plaats, om te ontsnappen aan de pestkoppen.

Ik was een stil kind, ik hoorde er niet echt bij. Ik had op school één vriendin, mijn buurmeisje, maar zij was vier jaar ouder, dus toen ik naar de derde klas ging, ging zij naar de middelbare school en stond ik er alleen voor. Ik weet nog dat ik altijd probeerde om alleen in de klas achter te blijven als het speelkwartier was en we naar buiten moesten om te gaan spelen. Ik probeerde altijd om interactie met de kinderen uit mijn klas te vermijden, maar meestal werd ik door de meester of juf toch naar buiten gestuurd….”lekker buiten spelen”.

Ik heb de laatste tijd hard gewerkt aan mijn innerlijke zelf. Ik heb therapie gevolgd en hierdoor verandert de manier waarop ik mijn verleden zie. De meest ingrijpende eye-opener van de laatste tijd is toch wel een regressiesessie geweest met mijn hypnotherapeut. Bij regressie ga je terug in de tijd. Mijn therapeut vroeg me of ik op zoek wilde naar de grondoorzaak van mijn eetproblemen, en ja, dat leek me wel een goed plan.

Eerst ging ik in een zeer diepe hypnose, en ineens was ik acht jaar oud, op het speelplein van de lagere school in het dorpje waar ik vandaan kom. Ik voelde me enorm angstig, en mijn klasgenootjes renden en joelden op het speelplein. In eerste instantie dacht ik dat ze me aan het pesten waren, maar toen ik kalmeerde, kon ik zien dat dat helemaal niet het geval was. Ze waren alleen maar heel erg nieuwsgierig, en druk en luidruchtig zoals kinderen meestal zijn, maar voor mij, als achtjarig autistisch kind, voelde hun aanwezigheid als heel bedreigend. In eerste instantie wilde ik ontsnappen, weglopen van de situatie, maar toen greep de therapeut in. Hij wilde dat ik de andere kinderen confronteerde. Ik wilde ruimte, ik wilde dat ze me met rust lieten. Dus moest ik van de therapeut van me afbijten. Ik schreeuwde zo hard als ik kon “Rot op, laat me alleen”. Ik geloof niet dat ik ooit in mijn leven zo hard heb geschreeuwd. En in mijn hypnosestaat lieten de kinderen me ook met rust. Daarna moest ik van de therapeut de kinderen vergeven. Hij zei later dat me dat zichtbaar moeite kostte, en ik had het moeilijk met het uitspreken van de woorden, maar toen ik het deed, voelde ik meteen een opluchting en innerlijke vrede waar ik lang naar had gezocht.

Die avond lag ik in bed na te denken over die sessie, en ineens klikte het in mijn hoofd: ik was helemaal niet zo erg gepest als dat ik mezelf had voorgehouden, dat ik me ‘herinnerde’.  Dat was helemaal geen pesten geweest, maar ik had het zo geïnterpreteerd. Ik had als kind een sterke behoefte aan rust en wilde alleen gelaten worden, en voor mij was school enorm ingrijpend en energie-zuigend, met al die kinderen die ik helemaal niet op me heen wilde hebben. Het uitgelaten gedrag van mijn klasgenootjes, hun rennen, springen en gillen, dat was niet op mij gericht, dat was gewoon algemeen gedrag, dat zich in mijn hoofd had omgevormd tot pestgedrag omdat het mij zo stoorde en verstoorde.

Dit besef heeft echt van binnen iets losgemaakt. Ik voel me niet langer het slachtoffer van pesten tijdens mijn kindertijd. Ik was gewoon een autistisch kind en wist niet goed te reageren op sociale situaties. Gosh, wat ben ik eigenlijk blij dat ik nu volwassen ben!

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Jong & Aut… (in het kader van Autismeweek 2017)

Vandaag is ‘mijn’ dag: Autismedag, 2 april. Het voelt toch een beetje als je verjaardag hoor, maar in plaats van een feestje geef ik een blogje, en hoop ik zo bij te dragen aan meer inzicht in en bewustzijn over autisme.

Het thema van de Nederlandse Autismeweek is dit jaar ‘Jong & Aut’. Ik was helaas nooit jong & aut. Ik ben ‘oud’ en aut. Ik kreeg mijn eerste diagnose toen ik veertig was. Lange tijd heb ik een beetje boosheid gevoeld; had nou niemand toen ik jong was kunnen bedenken dat ik autistisch was, en dat het daarom zo lastig liep allemaal? Ik heb veertig jaar gedacht dat het normaal was, dat het leven een soort van voortdurende strijd moest zijn. En toen ik veertig werd, bleek dat dus niet zo, maar bleek ik autistisch te zijn.

nouske-jongOp social media lees ik vaak en veel over ouders van autistische kinderen. Wat ze allemaal doen voor hun kinderen, hoe ze voor hun kinderen moeten opkomen, dat zij strijd leveren, voor speciaal onderwijs, voor aanpassingen, voor meer acceptatie. En soms ben ik daar gewoon jaloers op. Ik had dat niet. Ik had op mijn twaalfde een psycholoog die mijn ouders adviseerde om toch vooral maar heel streng voor me te zijn. Niks rekening houden, niks aanpassingen. Gewoon een schop onder mijn kont! (Godzijdank trok mijn mama zich weinig aan van die psycholoog en ging mijn vader in die tijd het huis uit, dus die schop heb ik nooit gehad).

Toch ben ik soms ook wat huiverig, als ik lees wat er allemaal gedaan wordt voor autistische kinderen. Want je kunt je kinderen wel zo goed mogelijk beschermen, maar later moet hij of zij toch in de harde NT-wereld uit de voeten kunnen. De wereld gaat zich niet zomaar aanpassen omdat jouw kind (of jijzelf) autistisch is (bent). De wereld is soms echt hard en zwaar, en er wordt je niks aangedragen. Laatst las ik een heel mooi blog, een brief aan de juf of meester van een autistisch kind. Het ging erover dat het kind mensen niet aankeek, en het was eigenlijk een verzoek aan de juf/meester om daar geen big deal van te maken. En dat snap ik wel, want bij autistische kinderen moet je wijs je momenten kiezen. Maar er schuilt ook gevaar in, want je kind moet uiteindelijk toch leren wat er in de buitenwereld wordt verwacht. Ik vond en vind echt weinig dingen zo moeilijk als iemand in de ogen kijken. Maar ik heb het wél geleerd, mama heeft daar uren, dagen, maanden op gehamerd. Ze heeft telkens weer uitgelegd dat het moet, waarom het moet, en dat ik me soms over mijn eigen weerzin om het te doen heen moet zetten.

Vroege diagnoses, jonge autisten, het heeft zijn voor- en nadelen. Want als je op je twaalfde te horen krijgt dat je autistisch bent, ga je dan nog wel zo hard vechten voor wat je wilt bereiken en kunt bereiken in deze wereld? Of ga je, met je ouders, dan ineens herkaderen wat het leven te bieden heeft, ga je genoegen nemen met minder omdat je autistisch bent? Ik vind het ingewikkeld, ik hoor mijn stiefbroer nog vragen, toen ik net mijn diagnose had, “had je wel zo hard je best gedaan om alles te bereiken, als je het had geweten?” En eerlijk gezegd, had ik me door allerlei depressies en moeilijke tijden heengeslagen? Ik weet het niet, ik weet niet of ik volhardend genoeg was geweest. Nu ben ik er blij mee, ik zit goed in mijn vel, mijn leven loopt nu op rolletjes, maar dat is lang niet altijd zo geweest. Dus ik weet het niet.

Wat wil ik nou eigenlijk zeggen met dit blog? Misschien is het dat ik mensen met een autistisch kind erop wil wijzen dat ook autistische kinderen af en toe gepusht moeten worden? Omdat ook zij het optimale uit het leven kunnen halen? Dat is het misschien. Temple Grandin, de grote ervaringsdeskundige op het gebied van autisme, schreef er zelfs een boek over, The Loving Push. Bescherm je kinderen, maar push ze ook, op liefdevolle manier, naar een hoger niveau. En houd moed…mijn vader verzuchtte op mijn achttiende dat hij er geen vertrouwen in had dat het met mij nog iets zou worden. Wist hij veel dat ik gewoon wat meer tijd nodig had dan de rest. Ik ben blij dat ik het tegendeel heb kunnen bewijzen.

Posted in Uncategorized | 4 Comments

Seksualiteit en autisme: de sociale valkuilen

Zoals alle kinderen in die tijd kreeg ik, begin jaren tachtig, op de middelbare school seksuele voorlichting. Het was ‘no big deal’, ik herinner me nog dat we in het biologielokaal zaten en dat er een filmpje werd vertoond van hoe een mevrouw met rode nagellak een condoom omdeed bij een banaan. En ergens tijdens het tweede of derde jaar van mijn middelbare school was er een ‘seksweek’, een week lang voorlichting over het onderwerp seksualiteit. Ik kan me daar verder niks meer van herinneren, maar het was verplicht, dus ik zal er wel aan hebben meegedaan. Eerlijk is eerlijk, ik was veertien en mijn leven bestond uit paardrijden; jongens waren echt nog heel erg stom, dus ik gaf geen bal om die hele voorlichting.

Het probleem zat hem ook niet in de technische uitleg, maar in het sociale aspect. Dat bleek later het probleem: wat wordt er van je verwacht? Wat mag wel, wat mag niet? Wanneer vindt iemand je leuk, wanneer is iemand oprecht? Wanneer en hoe zeg je nee? Daar zaten later de knelpunten. Ik had twee boeken over seksuele voorlichting: iets met het woord ‘brandweerspuit’ in de titel, en het Grote Meiden Boek. En ja, in allebei zal heus wel hebben gestaan dat je nee mocht zeggen, en dat je niks mocht doen wat je niet leuk vond. Maar daar zit hem nou net de kneep, bij veel kinderen met autisme. Die weten helemaal niet wat leuk of niet leuk is. En dat je nee moet zeggen bij situatie zus, en ja bij situatie zo. En wat doen die kindjes dan? Die gaan vaak kopiëren.

In mijn geval kopieerde ik films. Maar ja, een film is eigenlijk helemaal niet zo’n goed voorbeeld, want het gaat daarbij steeds om lichaamstaal en om ‘tussen de regels door lezen’. Dus dat was  niet echt een goede leerschool. Dus dan maar de leeftijdsgenootjes kopiëren. Want die deden van alles op de hooizolder. Dus kuste ik ook met deze of gene tijdens een huifkarrentocht, of in de stal bij de paarden. En liet ik me iets later bepotelen op de achterbank van een auto, ergens op een parkeerplaats bij de kroeg waar we op stap gingen. En ging ik mee met mannen in dure auto’s op weg naar hotels waar ik me dan zo stoer mogelijk hield. Want ja, dat hoorde erbij, want ik zag het anderen ook doen. Op welk punt trek je aan de bel, wanneer zeg je nee?

Daar zat bij mijzelf het probleem: welke grens moet ik aanhouden? Ik kom natuurlijk uit katholiek Brabant, en de ‘regel’ daar was: eerst trouwen, dan seks. Maar ja, mijn ouders waren ook niet getrouwd toen ik werd geboren, dus die regel ging al niet op. Ik groeide op in de jaren zeventig, waar vrije moraal en seksualiteit juist werden gepromoot. De anticonceptiepil was beschikbaar, aids was nog onbekend, dus…vrijheid, blijheid. Dus als kind of jong-volwassene wist ik helemaal niet waar de grens lag. Ik vond het allemaal raar gedoe, maar in de media las en hoorde je dat het erbij hoorde, seks, en dat je het zus moet doen en zo… Als ik mijn eigen grens had aangegeven, was ik nu nog maagd, denk ik. Want aanraken vind ik vies, kussen vind ik goor, over de rest nog maar niet te spreken, maar ooit moet je daar toch overheen, was me verteld. Wat ik eigenlijk nodig had, was iemand die me een vaste set met regels had overhandigd: geen seks als je geen ‘verkering’ hebt, niet kussen met jongens voordat duidelijk is wat ze van je willen…echt duidelijke, strenge regels.

Toen ik de inspiratie voor dit blogje kreeg (door de vele reacties over mijn vorige seksblog), ben ik eens gaan rondvragen. Tegenwoordig zijn er voor kinderen met ASS speciale voorlichtingsmogelijkheden, waarbij vooral langer door wordt gegaan over grenzen, verwachtingen en de sociale kant van het verhaal. De bronnen die ik online vond, gingen vooral over het inperken van ongewenst seksueel gedrag bij jongens met autisme; over vrouwen met autisme en seksualiteit vond ik maar weinig informatie. Wat ik wel vond, was een Engelstalige site met veel literatuur over dit onderwerp: Autism Sex Education. Hier ligt dus voor onderzoekers nog een zeer groot ontgonnen gebied: seksuele ontwikkeling en voorlichting bij meisjes en vrouwen met autisme.

 

Wat wil ik nou eigenlijk met dit blog? Ten eerste ben ik retrospectief mijn leven aan het overzien, dus het is vooral voor mezelf. Ten tweede merk ik dat ik met mijn schrijfsels vooral mijn generatiegenoten vaak herkenning bied. Een beetje ‘gedeelde smart is halve smart’.

Maar toch ook hoop ik leerpunten mee te kunnen geven aan mensen met kinderen met ASS. Probeer toch vooral zoveel mogelijk te praten met je ASS-kind, ook al lijkt het of hij/zij niet luistert. Hamer op die grenzen, blijf duidelijk herhalen wat wel en niet mag. Dingen als ‘ga op je gevoel af’ of ‘luister naar je gevoel/lichaam’ zijn vaak te vaag, zorg dat je concreet dingen benoemt. Lees erover en laat je kind erover lezen. Trust me, de technische kant van het verhaal heeft hij/zij vaak al helemaal uitgeplozen hoor, maar dat sociale, daar gaat veel tijd in zitten. En let op je kind, want ook al lijken ze volwassen te worden, vaak is dat toch vooral aan de buitenkant en zit er van binnen toch nog een kinderlijke naïviteit waar snel misbruik van kan worden gemaakt. Ook al heeft je kind een grote mond en doet hij/zij heel stoer…een auti-kind is vaak wat later emotioneel volwassen.

(Noot van de schrijfster: ik ben geen autismespecialist, dus alle adviezen die ik geef, zijn gebaseerd op mijn eigen ervaring. Ik pretendeer hiermee absoluut niet de wijsheid in pacht te hebben. Ik spreek  uitsluitend uit eigen naam en vanuit mijn eigen vorm van autisme.) 

Posted in Uncategorized | 3 Comments

Droomman

“Vertel je ons ook een keer in een vervolgblog wat je wél prettig vindt aan het hebben van een relatie?” Dat vroeg een vriendin me op Facebook naar aanleiding van het vorige blogje over geen seks meer willen.

Toevallig had ik de dag daarvoor een echte rotdag gehad, met oneerlijke feedback en veel gezeik van een buitenlandse klant. Zo’n gedoe dat je niet in je koude kleren gaat zitten. En toen merkte ik dat ik wel graag iemand had gehad die thuis op me zat te wachten, en bij wie ik zou kunnen uithuilen, uitrazen en uitpuffen.bril

Ik denk dat ik dat wel zoek: steun. Iemand die altijd in mijn hoek staat, die er altijd is om het voor me op te nemen. Vandaag werd ik geïnterviewd en toen vertelde ik over mijn angsten. Ik zie er altijd best stoer uit, ik ben lang, stevig gebouwd, als je me ziet, denk je niet “zielig kwetsbaar vogeltje”. Maar dat is dus wel een beetje verneukeratief, want dat ben ik in sommige opzichten wel, met mijn angsten en mijn niet altijd even stevige zelfbeeld. Ik was altijd ontzettend gevoelig voor kritiek en voor wat anderen van me denken. Dat is tegenwoordig wat minder, maar ik ben nog lang niet zo stoer als mensen vaak van me denken. Want dat je een grote bek hebt, soms, betekent niet dat je ook daadwerkelijk stoer bent.

Ik denk dat ik ook veiligheid zoek. Ergens waar ik mezelf mag zijn, zonder dat ik bang hoef te zijn wat die ene persoon van me denkt. In vorige relaties ontbrak dat er vaak aan, waardoor ik lang niks durfde te zeggen, totdat het me zo hoog zat dat ik het eruit gooide, nog zonder enige nuance. En dan was ik weer dat lastige wijf dat altijd moeilijk deed. Dus dat zoek ik ook: veiligheid.

Ik weet nog dat ik een keer met mijn vriendinnen in Maastricht was, een meidendagje. Ik woonde toen samen. En ik weet dat ik ontzettend naar huis verlangde, omdat ik wist: “daar wacht iemand op mij“. Dat gevoel, net op dat ene moment, dat vond ik fijn. (Dat de relatie verder klote was, tja, dat was nou eenmaal zo, later. Maar op dat ene moment, dat verlangen naar huis, naar thuis omdat hij daar was…ja, dat dus.)

En ineens moet ik denken aan een stukje uit de serie ‘Het is hier autistisch’ van Filemon. Waarin Filemon zegt dat ie het het fijnste vindt als iedereen thuis is, maar niemand iets zegt. Gewoon stilzwijgend naast elkaar bestaan. Dat herinner ik me nog van een andere relatie van lang geleden. Samen urenlang zwijgend op de bank, tv aan, liggen onder een dekentje. Perfecte stilte. Dus wel de nabijheid van iemand, maar dat er dan rust is, zalige rust.

Grappig, toen de vriendin het vroeg op FB dacht ik “ik kan vast niks bedenken wat ik wel fijn vind in een relatie”. Dat viel dus toch nogal mee.

Posted in Uncategorized | 1 Comment

Seks. Of juist geen seks.

Ik doe er niet meer aan. Seks. Wel jaren gedaan hoor, maar ik vind (en vond) er eerlijk gezegd niks aan. Ik hou niet van vieze geurtjes, ik hou niet van zweten en ik hou niet van naakt (niet bij mezelf en niet bij anderen), en dan wordt het moeilijk om echt seks te hebben. En ik heb het ook niet nodig, dat speelt natuurlijk ook mee. Maar als je dat op je 46ste zegt, dan krijg je toch rare blikken. En opmerkingen als “oh als je straks weer echt een leuke tegenkomt…” Nou ja, daar ga ik niet op zitten wachten hoor!

Voor mij was seks altijd een middel om mensen aan me te binden. Ik had als tiener geen vriendjes, mijn eerste keer was een one-night-stand. Ik gaf seks en in ruil daarvoor wilde ik aandacht, wilde ik gezien worden. Het was ook geen ding dat ik met mijn hart deed, ik deed het vooral met mijn hoofd, heel berekenend. Ik leerde de Kamasutra uit mijn hoofd, ik keek porno, ik voerde hele Cirque-du-Soleil-shows op in bed, en bedacht dat als ik maar goed was in seks, ik dan vast wel geliefd zou worden.

Maar zo werkt dat natuurlijk niet. In een gezonde relatie is seks het natuurlijke gevolg van een soort van liefde. En daar liep het bij mij al spaak. Want ik dacht: eerst seks, dan liefde. En kennelijk denken die partners dan “nou, die is vrijpostig, die kan ik thuis niet aan mijn moeder voorstellen hoor!”

Ruim twintig jaar heb ik me zeer promiscue door het leven heen geslagen, in de hoop dat er uiteindelijk eentje zou blijven plakken. Maar nee. En misschien is dat maar goed ook, want tegenwoordig staat mijn hoofd helemaal niet naar lichamelijk contact. Ik ben die jaren niet zonder een beetje psychische schade doorgekomen. Het grootste probleem was dat ik mezelf altijd nogal wat moed moest indrinken.En dan was ik ‘Nous de sekspoes’. Maar als ik dan daarna een date had met zo’n vent, dan was ik nuchter en was ik ineens ‘Nous de frigide kenau’. En dat snapten die mannen dan niet, en dan gingen ze toch graaien en doen, en dan moest ik die mannen buiten zetten enzo… Pfff, ik heb wat dingen meegemaakt hoor!

Mijn weerzin tegen seks is de grootste belemmering in het zoeken naar een relatie van eender welke aard dan ook. Want uiteindelijk moet er toch een bepaald soort fysiek contact komen, en dan moet ik zeggen dat ik dat niet wil.Ik sluit niet uit dat ik het nooit meer wil. Maar op dit moment, als ik eraan denk dat ik met iemand seks moet hebben, dan krijg ik de rillingen over mijn rug. En dus schrijf ik nu een eerlijk blogje: seks…nee, dank je.  blog-foto

Posted in Uncategorized | 7 Comments

Autist en ondernemer

Ik was al ondernemer voordat ik wist dat ik autist was. Ergens tijdens mijn middelbare schooltijd kreeg ik in de gaten dat ik niet echt geschikt was voor een baan met een baas en collega’s, en alle studie-inspanningen daarna waren duidelijk toegespitst op het zelfstandig kunnen ondernemen. Toen ik in 1998 afstudeerde in Maastricht, was ik dus al ingeschreven als vertaler/eigenaar vertaalbureau bij de KvK. Nous2

Het leren ondernemen was een proces dat niet een, twee, drie in mijn systeem zat. Weliswaar kom ik uit een lange lijn van ondernemers (mijn overgrootvader had een bouwbedrijf, mijn grootvader was sloper en mijn ouders hebben ook altijd hun eigen bedrijven gehad), maar toch waren er veel dingen waar ik nooit bij stil had gestaan.

Voor mij zijn er een aantal extra uitdagingen:

Omgaan met onzekerheid
De onzekerheid is vooral een financiële zorg. Ik heb geen uitkering of andere financiële middelen waar ik op kan terugvallen, dus ik moet echt mijn eigen maandinkomen bij elkaar werken. Dat levert stress op. Die stress kan soms zo erg zijn, dat ik er niet van kan werken. En dan krijg je een negatieve spiraal, want niet werken = geen geld = meer stress. Als je in zo’n situatie te lang doorploetert, is dat een rechtstreeks pad naar een burn-out (vroeger heette dat dan dat je overspannen was…is me een paar keer overkomen!) Tegenwoordig weet ik beter hoe ik dat moet voorkomen. Ik heb in de loop der tijd een buffertje opgebouwd zodat ik weet dat ik, als het even niet lukt, het een paar maanden kan uitzingen zonder opdrachten. Dat geeft rust.

Omgaan met de wensen van de klant
Ik heb nogal de neiging om vast te houden aan mijn eigen opvattingen. Dat is een beetje een autismeding. Maar niet altijd de goede eigenschap als je met klanten werkt. Want… de klant is koning. Ik lever een product, en daar moet de klant wel tevreden over zijn. Dus ook als de klant eisen stelt die in mijn ogen niet goed zijn (bijvoorbeeld a-typische voorkeurspelling in teksten, of terminologie die in mijn ogen niet helemaal klopt), dan moet ik daar toch in mee kunnen gaan. Het heeft best lang geduurd voordat ik dat inzag en kon loslaten dat het altijd op mijn manier moest gaan.

Flexibel leren zijn
In mijn privéleven ben ik zo flexibel als een loden deur, zoals mijn moeder zo graag zegt. Ik doe niet aan ‘spontaan‘. Maar in mijn werk kan ik me dat niet veroorloven. En dus heb ik geleerd dat ik soms wat kan schuiven met opdrachten, om zo spoedwerk voorrang te geven. Of dat ik soms door moet werken als ik dat eigenlijk niet van plan was. Het leuke is dat klanten best vaak zeggen “bedankt voor je flexibele instelling“. Voor mij is dat toch een waardevol compliment!

Netwerken en andere sociale contacten
Toen ik een paar jaar geleden duidelijk de invloed van de crisis op mijn inkomsten kon voelen, werd het tijd voor serieus netwerken. Maar hoe doe je dat, als je eigenlijk liever de hele dag alleen thuis zit? Nou, in mijn geval werd ik (en dat was zo fijn) op sleeptouw genomen door mijn kennissenkring. Ik deed een oproep in mijn Facebooknetwerk om mensen te vinden die me konden helpen bij het netwerken, en daar kwamen fijne reacties op. In het begin was het enorm spannend: mijn eigen bedrijfje zo goed mogelijk aan de man brengen, dat was moeilijk. Wat vertel je potentiële klanten, hoe benader je die, hoe gedraag je je tijdens netwerkbijeenkomsten? Achteraf gezien lag het probleem niet zozeer bij de bijeenkomsten zelf, maar bij de hersteltijd die ik daarna nodig heb. Tegenwoordig weet ik dat ik uitgeput raak van dergelijke bijeenkomsten. Daarom zorg ik ervoor dat ik na zulke evenementen voldoende tijd heb om rust te nemen. De dag na een netwerkavond boek ik altijd de volgende ochtend vrij. Zo zorg ik ervoor dat ik lang genoeg kan ontprikkelen van alle opwinding en prikkels.

Omgaan met tijdsdruk en deadlines, zorgen voor goede planning
Mijn beroep kent veel tijdsdruk en deadlines. Vertalingen moeten het liefst gisteren worden geleverd en iedereen lijkt altijd haast te hebben. Ik werk nog met ouderwetse schriftjes waarin ik mijn dag-, week- en maandplanning maak. Ik noteer elke dag wat er gedaan moet worden. Ik bouw ook voldoende ruimte in voor onverwachte dingen. Als ik een dag niet zo goed in mijn vel zit, kan ik niet voluit werken, dus daar moet ik rekening mee houden bij mijn planning. Ik werk volgens een zeer vast schema, sta elke dag op dezelfde tijd op, begin op gezette tijden met werk en zorg ook voor voldoende rustpunten tussendoor. Ik probeer elke middag een dutje te doen, niet zozeer omdat ik moe ben, maar omdat ik door in bed te liggen, beter kan ontprikkelen en daarna weer beter geconcentreerd kan werken.

Administratie en andere niet-werkgerelateerde zaken: noodzakelijke kwaad
Ik ben niet voor niets vertaler geworden: ik hou van talen, ik hou van schrijven, ik hou van leren. Daarentegen haat ik mijn administratie doen. Inmiddels gaat het beter, maar ik heb heel lang een fobie gehad voor telebankieren, waardoor ik dus mijn eigen bankzaken niet kon regelen. Gelukkig kon ik rekenen op de steun van mijn zusje hierbij, die telkens weer met veel geduld mijn rekeningen betaalde en mijn bankafschriften naar de boekhoudster stuurde. En ook nu nog vind ik het een drama, en eerlijkheid gebiedt mij te vertellen dat ik slechts één keer per kwartaal alle bankafschriften in een ordner doe en dan doe ik in één dag de administratie, en verder kijk ik er niet naar (alle rekeningen worden wel betaald hoor! maar verder doe ik niks)…de boekhoudster rekent voor mij uit hoeveel btw en andere belasting ik moet betalen, en ik zorg dat dat geld wordt overgemaakt. Zelfs het bijhouden van betalingen door klanten vond ik lange tijd erg moeilijk. Maar ja, ik wil ook wel weten of ze hebben betaald, dus dan moet ik wel administratie doen! Het hoort erbij.

Dit zijn voor mij de belangrijkste uitdagingen als zelfstandig ondernemer. Natuurlijk heeft iedereen (auti en NT) zijn of haar eigen uitdagingen, maar ik geloof dat de bovenstaande uitdagingen vrij universeel van toepassing zijn als je zelfstandig wilt ondernemen als autist.

Als je het zo op een rijtje ziet staan, zou je niet denken dat er ook nog leuke kanten zijn aan het zelfstandig ondernemen. Maar dat is natuurlijk wel zo, anders hield ik het niet al twintig jaar vol! De nadelen en uitdagingen worden namelijk ruimschoots gecompenseerd door de vrijheid die ik heb. De vrijheid om opdrachten aan te nemen of af te wijzen, de vrijheid om te werken wanneer ik wil en kan, en de vrijheid die je krijgt omdat je thuis werkt en niet op een kantoor met collega’s. En naast de vrijheid is daar ook nog de voldoening, omdat ik werk doe waar ik van houd, en een product kan leveren waar mijn klanten blij van worden. Kortom, ik ben als ondernemer zeer blij met mijn zelfstandige bestaan.

 

Posted in Uncategorized | 8 Comments