Tussen school en studie: de verloren jaren

Vervolg op vorige blog School en ASS: Aspienouschka’s jeugd en jonge jaren

Na een half jaar in vijf vwo ging het niet echt lekker. Ik voelde dat ik eigenlijk klaar was met de middelbare school, en dat ik een verkeerde beslissing had genomen. Maar goed, ik had heel hard moeten zeuren bij de conrector om naar het vwo te mogen, en ik ben wel van het type ‘als je ergens aan begint, moet je het ook afmaken’. Dus ploeterde ik door, zonder enig plezier. Ik weet nog dat ik in de kerstvakantie achttien werd en de dag daarna weer naar school moest. Ik voelde me nogal stoer, ik was ‘volwassen’, en dus liep ik het lokaal van de geschiedenisles binnen en begroette de leraar met een joviaal “goedemorgen, Johan”. Iedereen hield op met praten, ik had schijnbaar een gigantische faux-pas gemaakt? Maar wat dan? Nou, dat werd snel duidelijk. “Juffrouw Schutte, wat is de reden voor uw familiariteit en het gebruik van mijn voornaam?” aldus de leraar geschiedenis. “Nou, uh uh, ik ben nu achttien, dus uh we zijn allebei volwassen, dus uh ik vond dat het wel kon…” Hij keek me aan en knikte. “Oké, maar dan doe ik het liever anders: ik ben nog steeds meneer D, en dan ben jij vanaf nu juffrouw Schutte.” Dus…daar ging ik met mijn grote mond. Ik geneerde me de tyfus, maar goed, achteraf zie ik dat ie dat toch mooi aanpakte. Hij had vast al vaker met dat tienerbijltje gehakt.  

Een maand later was het carnaval. Nou ben ik daar nooit een enorme fan van geweest, maar ik zat in een vriendengroepje op de sportschool en die gingen allemaal wel, dus liep ik braaf mee, achter de meute aan. In die tijd had ik geen flauw idee dat ik autistisch was, maar ik was wel vaak moe, dus ik zorgde altijd dat ik vooraf veel sliep, zodat ik ’s avonds een beetje actief kon zijn. Vreemd genoeg was ik niet verlegen, hoewel ik wel ‘een stille’ was. Ik heb nooit moeite gehad met het leggen van contacten. Het is het onderhouden ervan wat ik zo moeilijk vind. Maar indertijd ging het allemaal best vlotjes, ik denk dat ik heel normaal leek, als ik op stap was. Als ik nu de foto’s van toen bekijk, zie ik een mooie, lange jonge vrouw die zichzelf niet heel erg bewust was van haar omgeving. Toen voelde dat heel anders. Ik vond mezelf lelijk en stond er niet bij stil dat mannen mij leuk zouden kunnen vinden. Ik had voor mijn achttiende wel wat verliefdheden gekend, maar die waren altijd eenzijdig, en er gebeurde nooit wat. Ik had op de manege wel leren kussen, op de hooizolder, maar om nou te zeggen dat ik dat leuk vond? Nee, ik vond het eigenlijk heel smerig, maar ja, ook dat hoorde erbij, zeiden ‘ze’. Dat zeiden ze overigens ook van drank (bleh) en sigaretten (het begin van een jarenlange verslaving), en indertijd was ik er gevoelig voor, wat die groep voorschreef. Ik had eindelijk aansluiting gevonden bij wat mensen, en ik ging heel ver in mijn wens om erbij te blijven horen. Later vond ik dat zo ontzettend indruisen tegen mijn karakter, maar zo rond mijn achttiende was ik heel erg gevoelig voor de groepsdruk.

Maar goed, carnaval dus. Op zaterdagavond gingen we met de hele groep naar een kroeg in de buurt. Ik kende er bijna iedereen, en hoewel ik niet echt veel zei, had ik het toch wel naar mijn zin. Bij ons groepje bekenden voegde zich op een gegeven moment een vreemdeling, iemand die ik niet kende. Hij bleek een bekende muzikant te zijn, maar ik had geen flauw idee wie hij was. Wel vond ik hem geweldig knap, en zodra ik hem hoorde praten, leek ik wel betoverd. Alsof ik door de bliksem was geraakt, zo voelde ik me toen ik hem zag. Die man…die moest ik ‘hebben’. Die moest ik in mijn nabijheid krijgen. Achteraf gezien is dit de eerste keer dat ik mijn obsessie niet echt meer in de hand had. Nou wilde het lot dat de meneer in kwestie mij ook in het vizier kreeg en hij vond het leuk, dat wat hij zag. Dus we kletsten de hele avond, en aan het einde bracht hij me thuis (met nog een hele zwik andere mensen, no big deal, maar ik voelde me heel speciaal). Ik denk niet dat ik die nacht heb geslapen. Het was het begin van een zo ontzettend stormachtige periode in mijn leven, Had ik geweten wat het allemaal zou doen met me, dan was ik er nooit aan begonnen. Maar goed, ik was volwassen (althans op papier) en dus gooide ik me vol overgave in mijn obsessie voor deze man. De volgende dag kwam ie me ophalen en vierden we carnaval samen, en hij nam me mee naar zijn huis.

Ik dacht dat dit de grote liefde was, dit zou het zijn, nu was ik onder de pannen. Want dat hoorde zo, als iemand met je naar bed wilde, dan hield ie toch van je? Zoals in films enzo?  Dat geeft maar eens aan hoe naïef ik was. Ik was zo onder de indruk van hem geraakt, zo totaal van slag en zo volledig geobsedeerd, dat ik was gestopt op school. Ik kon gewoon nergens anders meer aan denken, ik moest alleen nog maar wachten bij de telefoon (dit was het tijdperk voordat iedereen een mobiele telefoon had). Maandenlang, ja echt maandenlang zat ik thuis, zuchtend en steunend, weg te zakken in een depressie. Dat wist ik toen natuurlijk nog niet, ik was gewoon ‘verliefd’ dacht mijn omgeving, maar dit zou de eerste keer worden dat ik geobsedeerd raakte en daarna in een depressie zou afglijden. Mijn moeder wist niet wat ze met me aan moest, ik lag hele dagen in bed, ik at nauwelijks, zelfs de douche was me te veel. Ik lag in bed en luisterde of de telefoon ging. En ik zocht als een bezetene alles uit wat ik over deze man kon vinden. Dit waren de dagen voor internet, dus uitzoeken, dat betekende in de bieb met microfiches zoeken naar krantenartikelen en tijdschriften waarin deze man voor kwam. Ik wist alles over hem, ik had zijn adres en telefoonnummer, maar het kwam verder niet in mij op dat ik ook contact met hém zou kunnen maken. Langzaam maar zeker begon ik de hoop te verliezen dat deze man ooit nog zou bellen, en voorzichtig ging ik dan toch maar weer verder met het leven. Ik was inmiddels van school af, maar ik moest wel iets zinvols gaan doen. Eerlijk gezegd weet ik vrij weinig meer van deze periode, maar ik weet wel dat ik op een gegeven moment ergens in de Ardennen op een boerderij zou gaan werken, dat welgeteld één dag heb gedaan en daarna vlug terug ben gekomen naar huis. Toen nam ik het besluit om in Amsterdam te gaan studeren, en het leek allemaal toch best goed te komen.

In september vertrok ik naar Amsterdam en begon ik aan de nieuwe studie, “life was great again”. En toen ging de telefoon. Negen maanden na die ene carnavalsnacht belde hij, die tovenaar die een of andere betovering over me had uitgesproken. Of ik gezellig een hapje mee ging eten? Ik was op dat moment thuis en mijn moeder wist niet wat er gebeurde. Ineens was alle ellende van de afgelopen maanden vergeten. Ik moest mezelf opkalefateren en op stap, met hem, met de tovenaar! Ik gilde, rende door het huis. Binnen een uur stond ik klaar, haren netjes, mooie kleding aan. En ja hoor, toet toet, daar was ie, en weg was ik weer. Weer twee dagen van de wereld verdwenen, twee dagen waarin ik dacht de ware liefde te hebben gevonden, en daarna kwam de klap dubbel zo hard aan. “Ik bel je snel,” waren de laatste woorden.

Nou, snel betekende dus een jaar later, en toen was ik alweer afgegleden, gestopt met mijn studie, geronseld door de Scientology en volledig mentaal ingestort en lag ik thuis depressief te wezen. In mijn hoofd zijn die drie jaar dat dit spel duurde eigenlijk te kenmerken door mijn voortdurende verblijf in bed, afgewisseld met eens per (half) jaar een bezoek van de tovenaar. Verder weet ik absoluut niets uit die tijd te herinneren. Ik weet dat ik dingen moet hebben ondernomen, maar ik kan me er niets van herinneren. Terwijl ik nog precies weet welke kleding ik tijdens welke afspraak met die tovenaar aan had. En wat hij zei, en wat ik zei. En hoe hij me een serenade bracht in bed. Raar, hoe het hoofd werkt in zulke situaties. Maar goed, het was een lang verhaal, na een jaar of drie verhuisde de tovenaar naar het buitenland en langzaam maar zeker krabbelde ik weer op.

Tot een paar jaar later, andere man, zelfde verhaal. En dat dan dus een keer of drie vier in mijn leven. Telkens werd mijn leven zwaar overhoop gehaald omdat ik mijn vizier had gericht op een bepaalde, niet echt bereikbare man. Pas nadat ik mijn diagnose kreeg en mijn leven op basis daarvan opnieuw ging bekijken, heb ik wat langer durven stilstaan bij deze episode in mijn leven. En nu vraag ik me nog steeds af: was dit ook autisme, of was het wat anders, iets dat in mijn karakter ligt opgeslagen?

Het gekke is, jaren later heb ik weer contact gekregen met de tovenaar en toen was ik even weer zo geobsedeerd, maar uiteindelijk, toen de aandacht ook van zijn kant kwam, verloor ik mijn interesse. Hij zei dat hij mij vroeger zo leuk vond, want ik was zo’n stil en mysterieus type, en ik claimde hem niet en ik was stoer, zei hij, want ik had hem nooit gebeld enzo….hij moest eens weten!

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

2 Responses to Tussen school en studie: de verloren jaren

  1. miek says:

    het waren heftige jarenen het nare was dat je voor ons niet te bereiken was. Goed verwoord meis xxx

  2. Pingback: Autisme / Asperger en studeren: ik moet toch een vak hebben! | Aspergers, a journey of discovery…

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s