‘Aan mij zie je niks hoor’ – over onzichtbaar autisme

21762890_10214979941357790_8250646751996251141_oZaterdagochtend, half zeven. Om zeven uur ga ik met mijn nichtje F, van 14, haar hoogslaper afbreken en een nieuw bed op haar kamer installeren. Althans, dat is de planning.

Om kwart voor acht, na herhaaldelijk gemopper van mijn kant omdat we om zeven uur toch zouden beginnen, krijg ik te horen dat we ‘een uurtje later beginnen’. Oké. Dat vind ik lastig, want zo staat het niet op mijn schema. Want om acht uur had ik al klaar willen zijn en had ik willen beginnen met poetsen, zodat we, om tien uur, als het bed zou worden opgehaald door een vriendin, al klaar zouden zijn met alles. Dan konden we om elf uur naar de stad en naar de leuke vintagewinkels die ik onlangs had ontdekt.

Maar goed, ik kan wel schuiven in mijn planning, dus om acht uur beginnen we en om half tien zijn we klaar. Net te weinig tijd om nog het hele huis te stofzuigen, want om tien uur staat de vriendin aan de deur en als ik stofzuig, hoor ik de bel niet. Dus dan alleen maar even met een stofdoek, dan stofzuig ik wel nadat het bed is opgehaald, zo rond half elf, gok ik. F verdwijnt naar boven om het nieuwe bed in elkaar te zetten. Als ze me nodig heeft, meldt ze zich wel.

Tien uur komt en gaat, en geen vriendin. Altijd vervelend als mensen te laat komen, want dan lukt mijn planning niet meer. Om half elf word ik een beetje paniekerig, want zo komt er niks meer van mijn dag terecht. Ik app en bel mijn zusje, maar die pakt niet op, want ze staat te werken in haar kapsalon. Maar zij is ook degene met het telefoonnummer van die betreffende vriendin. Het lastige is dat ik niet kan stofzuigen want ik moet de deurbel kunnen horen. Kortsluiting in mijn hoofd, ik lijk wel een kip zonder kop, zo drentel ik rond.

Elf uur, nu echt bozig aan het worden. Te laat komen, een kwartiertje, dat is hier in Brabant heel normaal (niet bij mij, maar ik weet dat anderen zo redeneren). Maar een uur is hier ook niet normaal. Ik wil wel poetsen, maar dat gaat niet meer, ik ben zo onrustig, ik durf niet weg bij de voordeur want dadelijk gaat de bel en dan hoor ik hem niet.

Half twaalf. Inmiddels vijf keer naar zusje gebeld en tig berichten geappt. Maar zusje werkt, dus die ziet niks. Ik loop steeds naar boven, met steeds meer boosheid en paniek. F, die haar tante goed kent, ziet de paniek en probeert me te kalmeren. Ik leg uit aan F dat we nu niet meer kunnen gaan winkelen straks, want dat de planning kapot is. Ze zegt “dat geeft niks, dan doen we dat een andere keer.” Van zo veel gezond verstand moet ik nog harder huilen.

Twaalf uur. Nog niks gehoord, en nu ben ik zo boos dat er borden sneuvelen (ik heb een ‘geheime voorraad’ glas- en aardewerk die kapot mag als ik zo boos ben. Tja, het is óf iets kapot maken, of ik doe mezelf of de hondjes iets aan, dus dan vind ik een kapot bord nog het minst erge.) Inmiddels valt er met mij niet meer redelijk te praten. Zusje heeft in de tussentijd wel gereageerd en gaat bellen met de betreffende vriendin. Die blijkt de afspraak te zijn vergeten ivm gewijzigde planning (en veel stress aan haar hoofd). Maar die redenering kan er nu niet meer bij in mijn hoofd. De vriendin komt zo snel mogelijk alsnog alles halen, maar ik spreek af met F dat zij het verder regelt, want dat ik nu niet meer aanspreekbaar ben.

Half een. Ik ga douchen (letterlijk afkoelen) en hoor de deurbel. F gaat naar beneden en regelt, terwijl ik onder de douche sta te hyperventileren, dat het bed in de auto van de vriendin wordt geladen. Als ze een half uur later in de badkamer komt, zit ik op de rand van het bad, net weer een beetje op adem gekomen. F glimlacht en knuffelt me (wil ze normaal nooit), en laat de mooie plant zien die de vriendin had meegebracht als goedmakertje. Die heeft F verdiend, mijn rots in de branding, de reddende engel. Zij en haar moeder, mijn zus V, zijn de enigen die écht weten hoe autisme eruit ziet, hier thuis. Want dat probeer ik toch altijd binnenshuis te houden.

De dag was anders dan gepland, ik trok het slecht, maar ik heb het overleefd (zoals altijd). De volgende dag uiteraard migraine, dat is mijn eigen schuld, met mijn paniek en mijn stress. Dus de hele zondag plat gelegen. Nu is het maandagochtend en sta ik te werken, en denk ik “waarom moest het nu weer zo, waarom kan ik niet gewoon normaal doen?” Maar dat, dat is dus autisme.

Ik maak me soms zorgen: is het erg dat F zo’n tante heeft? Eentje die niet altijd even stabiel is? Moet ik gaan sparen voor de psychische hulp die ze later nodig heeft om haar rotjeugd te verwerken? Of zou ik het kunnen goedmaken met een leuk kerstcadeautje? 😉

 

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

6 Responses to ‘Aan mij zie je niks hoor’ – over onzichtbaar autisme

  1. miek van putten says:

    Als nichtje op dr moeder en oma lijkt , dan komt t helemaal goed, Beetje anders die tante maar wel lief xx

  2. Berna says:

    Nee, het is niet erg dat je nichtje zo’n tante heeft. Maar het is GEWELDIG dat jij zo’n nichtje hebt!

  3. Mamanouk says:

    Beste Aspienouschka,
    Deze reactie is niet voor dit specifieke onderwerp, maar voor alle blogberichten samen. Ik heb ze met veel herkenning en vooral waardering gelezen. Als moeder van een dochter (8) met diagnose ASS (gesteld in DSM-5) vallen een heleboel puzzelstukjes op hun plaats en begin ik een steeds sterker vermoeden te krijgen van ASS bij mezelf (én mijn vader en mijn broer, maar dat terzijde). De online AQ-test die ik onlangs heb gedaan, gaf 32 aan (de grens waarboven een diagnose geadviseerd wordt). Jouw blog geeft me steun in “dat het niet alleen bij mij zo werkt”.
    Met veel onderwerpen lijkt het namelijk of ik over mezelf lees (gepest vroeger, onbegrepen gevoeld als kind, OTV (’92-’96), obsessief claimen in relaties, moeite met verandering c.q. schakeltijd, ontregeld zijn door onverwachte wendingen, van-nul-tot-kookpunt in 0,3 seconde, móéten terugtrekken om rust te vinden), terwijl andere dingen weer minder herkenbaar zijn.
    Ik ben er nog niet helemaal over uit of ik mezelf ook zal laten testen. Met een begripvolle man en een kleine harde kern van dierbaren om mij heen, bij wie ik mezelf mag zijn, prijs ik mezelf gelukkig. En overheerst het gevoel “het is toch nog goed gekomen met mij”. Dat lees ik ook terug in jouw blog. Vooral de brief aan je jongere ik raakte mij heel erg, wat heb je dat treffend verwoord. En de humor die je in de beschrijving van je dagelijkse beslommeringen legt kan ik zeer waarderen.
    Ik wens je veel succes met alle uitdagingen in je leven en blijf je blog met belangstelling volgen.

  4. Rosa says:

    Ik kan mij echt in jouw blog “vinden”. In mijn hoofd zie ik al de keren die ik zelf in paniek raakte omdat de hele planning in elkaar stortte omdat iemand te laat was of een ander was te vroeg of de afspraak was vergeten door een derde, of iets soortgelijks….. Iedere keer dat ik iets moet plannen, raak ik al bij voorbaat in paniek omdat ik al verwacht dat het mis zal gaan. Zover ben ik al. Daarom maak ik liever geen plannen. ( maar nou ja, meestal heb ik geen keus… met twee kinderen)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s