Autisme: onzichtbare last

Aan mij zie je niks. Nou vooruit, ik ben een beetje te dik, ik heb een kromme neus, ik trek niet echt volle zalen. Maar mijn autisme, dat zie je niet aan me af. Maar het is er wel, en juist het feit dat je het niet ziet maakt het soms extra lastig. De innerlijke strijd, het constante vechten met mezelf om het roer recht te houden en de vaart erin, die strijd is niet zichtbaar. Nee, het is ook geen depressie, dus ook dat kan ik niet gebruiken als uitleg. Het is een soort van opbouwende stress, als een soort vat waarin allerlei emoties vastlopen en de druk steeds hoger wordt. En waar ik bang voor ben, mijn hele leven al, is wat er gebeurt als de druk er niet rustig vanaf wordt gelaten door een klein ontluchtingsgat, maar ineens, met een knal. Want dan schiet ik door naar ‘depressie-ville’. Stress-boem-knal-groot diep gat.  Mijn hele leven is eigenlijk een grote inspanning om dat te voorkomen. Maar dat moet dan wel zonder handleiding, want die is er niet bij dit drukvat. En zoals iemand gisteren nog zei: “alle oplossingen die in boekjes zoals de Psychologie Magazine of de Happiness worden aangedragen, zijn gericht op mensen zonder autisme. Bij jou werkt het anders.” En daar zit dan ook meteen de frustratie: hoe en waar vind ik dan hoe en wat er voor MIJ werkt? Meestal vraag ik het op Twitter en FB, daar zitten de meeste lotgenoten in mijn wereldje. Maar ja, ook zij weten niet alles.

Goed, de stress liep de laatste tijd dus alweer aardig op. Migraine hier, lichamelijke klachten daar. Het is wel duidelijk: er zit iets niet goed. En waar komt het door? Na een ingewikkelde ‘soul search’ ben ik er – denk ik – wel achter. Ik heb namelijk een caravan. Die zorgt voor prachtige foto’s op Facebook, ikke kamperen, ikke aan de wandel met de hondjes. Eens per jaar, op een camping hier tien kilometer verderop. Elk jaar neem ik me voor om verder weg te gaan, om de vakanties uit mijn jeugd te doen herleven. Elk jaar neem ik me voor om meer met die caravan te doen, maar het materialiseert eigenlijk nooit.

Maar elke dag, vanaf 1 april als het kampeerseizoen start, schrik ik wél wakker met de gedachte “Ik heb die caravan in de stalling staan en ik MOET echt kamperen want anders is het zonde en waarom heb je anders een caravan en ik moet moet moet…” en dan slaat mijn hart op hol, krijg ik ter plekke hoofdpijn en begint mijn dag al met stress. De laatste tijd werd het steeds erger. Ik kon mijn gedachten nauwelijks meer bij mijn werk houden. Het is druk met werk, het is druk geweest met de verbouwing, er staan veel verplichtingen in mijn agenda. Kortom, de stress groeit en groeit. En telkens is daar, zowat elke derde gedachte die ik heb, die caravan met een vochtprobleem waar ik maar niet de juiste oplossing voor kon vinden

De laatste tijd werd ik ook al steeds gevoeliger voor geluid: ik kon niks meer hebben, als er een motor drie straten verder werd opgestart, schoot mijn hart al in mijn keel en sloeg mijn Fitbit op hol door mijn hartslag. Ik schreef het vooral toe aan de vele buren die ik nu heb en waar ik nog aan moet wennen*, maar in mijn achterhoofd wist ik: er zit één stoorzender waar je nog steeds niks mee hebt gedaan. Het werd tijd om ook echt iets te doen aan mijn grootste euvel: de caravan. En dus ging ik die gisteren, met wat lood in mijn schoenen, ophalen bij de stalling. In de (ietwat wankele) overtuiging dat ik zou gaan klussen en dan zou alles goed komen.

Maar vanmorgen ging ik het probleem nog eens goed bestuderen, en kwam ik erachter dat het veel erger was dan gedacht. Vocht in een caravan is eigenlijk een doodvonnis voor het ding, want je kunt het wel oplappen (wat de vorige eigenaar heeft gedaan), maar het blijft toch sluimeren. Terwijl ik aan het kijken was, voelde ik mijn ademhaling steeds hoger in mijn lijf zitten. Oppervlakkige ademteugen, lichthoofdig, ik stevende recht op een paniekaanval af.

Gelukkig was zusje Veer bereid tot het aanhoren van mijn relaas. Ik legde het uit, op mijn eigen gebrekkige manier (bij stress word ik niet echt goed in het formuleren van mijn gedachten, dus het was bij tijd en wijle een pittig en ingewikkeld gesprek). En uiteindelijk kwam ik er met de hulp van zusje uit: de caravan moet weg. Ik sputterde nog even tegen, het voelde als een soort van afgang, vernedering. Iedereen kan kamperen, iedereen vindt het leuk, hele volksstammen doen het…waarom is het bij mij dan meteen weer een heel ding? Maar goed, zusje had gelijk en bleef maar op me inpraten totdat ik zelf ook overtuigd was.  De caravan gaat.

Dus kroop ik achter de computer en maakte ik een marktplaatsadvertentie (ook dat ging niet echt zonder problemen, maar dankzij zusje zette ik toch door). Wel met pijn in mijn hart: de foto’s van de caravan zijn zo mooi, op de foto lijkt het allemaal zo idyllisch. Maar in het echt was dat voor mij helemaal niet zo. Vakantie, kamperen, het is voor mij zo’n opgave. Gezeul met de honden, niet mijn eigen spullen bij de hand, bikkelen bij kou of snakken naar verkoeling bij hitte. Nee. Gek genoeg kwam ik erachter dat ik eigenlijk in mijn hoofd allang klaar was met de caravan. Die mag van mij dan ook voor een prikkie weg (liefst voor de prijs van de nieuwe banden die er in april op zijn gezet). Maar de voortent, dat was een ander verhaal. Die voortent is vrij uniek en ik had gehoopt dat ik daar een echte vintage-kampeerder blij mee zou kunnen maken. Gelukkig lijkt het erop alsof dat gaat lukken, maar dat heeft geen haast, de spullen uit de caravan liggen inmiddels in mijn berging en daar liggen ze goed. Nu nog snel iemand vinden die die caravan komt ophalen, en dan is de rust in mijn hoofd weer een beetje wedergekeerd.

Waarom nou dit hele verhaal? Ik denk dat ik graag wil uitleggen waarom ik de dingen doe die ik doe. Hoe ik leef met obsessies, preoccupaties, autisme. En misschien juist omdat je niks aan me ziet, en ook niet echt merkt als je met me praat, misschien wil ik daarom zo graag een kijkje geven in mijn onconventionele hoofd.

Speciaal voor mijn zusje Veer (ik zeg zusje, ze is inmiddels ook al richting midden 40 aan het lopen): als je met je adhd-hoofd óók nog eens helemaal tot hier mijn zeververhaal hebt gelezen: jij bent mijn rots, mijn toevluchtsoord. Dat verandert niet als je dadelijk in je eigen huis woont. Mi stima bo.

 

*Sinds een paar maanden is er vlak achter mijn huis een nieuwe woonwijk gebouwd en na 15 jaar relatieve rust heb ik nu ineens zes gezinnen achter me wonen. Dat is even wennen, zeker omdat ik zelf weinig lawaai maak, in mijn uppie.

 

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

2 Responses to Autisme: onzichtbare last

  1. Sander Vrugt van Keulen says:

    Mooi geschreven en duidelijk. Dank je voor (weer) een mooi inkijkje in jouw hoofd. Als ‘buitenstaander’ kan ik er eigenlijk geen mening over hebben, maar van wat ik weet (en jij verteld) kan ik alleen maar zeggen dat je goed bezig bent. Je zorgt goed voor jezelf. Soms met hulp van anderen, soms helemaal alleen.
    Blijf goed voor jezelf zorgen… 🙂

  2. miek van putten says:

    Helemaal gesnapt! En wat heb je het geweldig beschreven , hele goeie beslissing.Het was leuk ,maar kampeer vakanties zoals vroeger?Bedankt voor je duidelijke verhaal .xxxLY

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s